Column: fiscale ethiek

Dirk De Wolf

 

Offshoreleaks, Luxleaks, Swissleaks, Panama Papers, meer transparantie en opgevoerde strijd tegen  belastingontduiking, betere belastingharmonisatie tussen de EU-lidstaten, … . In het licht van dit alles komt fiscale ethiek steeds meer aan bod. Dit hangt samen met rechtvaardigheid: Is een fiscaal systeem rechtvaardig ? Is het handelen van belastingplichtigen (zowel particulieren als multinationals) ethisch rechtvaardig ?

 

Vroeger spitste de discussie zich voornamelijk toe op particulieren en hun buitenlandse bankrekeningen, maar laatste tijd lijkt de aandacht zich vooral te richten op multinationals die op verschillende manieren hun belastingdruk proberen te verlagen. Het is niet vreemd dat het belastingbeleid van multinationals kritisch wordt bekeken. Het blijkt namelijk dat de multinationals gebruikmaken van belastingconstructies die tot doel hebben de effectieve belastingdruk te verlagen tot percentages die veel lager liggen dan de effectieve belastingdruk van kleine ondermeningen die niet internationaal opereren. Dit komt niet eerlijk over en leidt tot discussies over het bijdragen van een fair share. Ik ben van mening dat de fiscale fair share van multinationals tot maatschappelijk verantwoord ondermenen (MVO) moet behoren. Wanneer het fair share-beginsel in het MVO-beleid wordt geïmplementeerd, houdt dit in dat ondernemingen automatisch zullen voldoen aan de eis om rekening te houden met de doel en strekking van de wet en zal hun fiscale bijdrage ook een verantwoorde fiscale bijdrage inhouden waarmee zij in alle opzichten voldoen aan MVO.

 


MVO is geen strak normatief kader, zoals wetgeving dat wel is. Er zijn dan ook verschillende opvattingen over wat MVO inhoudt. Traditionele MVO-onderwerpen zijn het milieu, arbeidsomstandigheden en liefdadigheid. Onder deze verscheidenheid aan onderwerpen ligt een gemeenschappelijke noemer, namelijk de vraag hoe ondernemingen zich het beste kunnen inzetten voor het publieke welzijn. Zo beschouwd kan ook de neoliberale opvatting dat ondernemingen hun winst moeten maximaliseren ten gunste van de aandeelhouders een MVO-theorie worden genoemd. Het winststreven van de aandeelhouder leidt tot de beste samenleving, is dan het idee. Dat het vooropstellen van eigenbelang goed is voor het algemeen belang, wordt kernachtig uitgedrukt door Gordon Gekko in de film Wall Street met de spreuk “Greed is good”. In deze visie is de enige verantwoordelijkheid van ondernemingen om te concurreren. Behartiging van ieder ander belang dan het belang van de aandeelhouder is een taak die exclusief is weggelegd voor de overheid.

 


De relatie tussen MVO en fiscaliteit is niet evident. Belasting betalen gaat immers niet over operationele ondernemingsactiviteiten, maar is een gevolg daarvan. Denken we een stap verder, dan is de relatie juist wel voor de hand liggend. Wetgeving wordt immers ingevoerd ten bate van het algemeen belang. Dat is in elk geval het ideaalbeeld van recht in een democratische samenleving. Het gehoorzamen van de wet wordt dan ook gezien als een belangrijk aspect van maatschappelijk verantwoord ondernemingsgedrag. Dit uitgangspunt wordt ook onderschreven door het bedrijfsleven zelf. Soms impliciet, maar veelal expliciet neergelegd in gedragscodes, vragen ondernemingen van hun werknemers om zich aan de wet te houden. De relevante vervolgvraag is dan wanneer iemand zich aan de fiscale wet houdt.

 


Juridisch lijkt het antwoord op de vraag wat het betekent om fiscaal compliant te zijn evident: het voldoen aan wettelijke fiscale verplichtingen. Vanuit psychologisch perspectief: wat is de bereidheid van belastingplichtigen om wettelijke (fiscale) verplichtingen na te komen ? Vanuit beleidsperspectief is het effectief om te sturen op psychologische compliantie (of belastingmoraal), omdat een hogere intrinsieke motivatie leidt tot daadwerkelijk meer en efficiëntere juridische naleving. Maar wanneer voldoe je aan de wettelijke fiscale verplichtingen ?

 


De aandeelhouderswaardetheorie schrijft voor dat ondernemingen hun belastingschuld moeten minimaliseren, maar zich daarbij wel aan de wet moeten houden. Ambitieuzere MVO-theorieën, zoals de stakeholderstheorie en de triple P-benadering, stellen hogere eisen aan ondernemingen. Dat betekent overigens niet dat deze theorieën resulteren in het betalen van meer belastingen dan voortvloeit uit de wet. Een hogere belastingschuld zorgt immers voor minder middelen om de andere (maatschappelijk verantwoorde) doelen te bereiken, bijvoorbeeld het verminderen van de milieu-aspect van de bedrijfsactiviteiten.

 


MVO kan eisen stellen aan de wijze waarop wordt omgegaan met de belastingwet. Hoewel minimalisatie van de belastingschuld juridisch is toegestaan, vergen de meeste theorieën op het gebied van MVO meer van een belastingplichtige. Hij zal zich niet alleen moeten houden aan de wet, maar ook de materieel juiste belastingschuld willen voldoen. Een transparante houding ten opzichte van de belastingdienst en een tax control framework zijn hiervoor vereist.

 


Fiscale ethiek is vandaag – voor sommigen - nog een onbekend begrip, maar in de volgende jaren zal het hoe langer, hoe meer een centrale plaats innemen.  Wie fiscaal veilig wil handelen zal niet langer enkel met de wet rekening houden, maar ook met deze nieuw ethiek.  Die ethiek is nergens vastgelegd, maar zal toch dwingend blijken: “Iedereen moet een ‘fair share of taxes’ betalen”.

 

Twitter: @dewolf_dirk

Gepubliceerd op 07-02-2017

  378