Btw op vouchers, onroerende verhuur en e-commerce: bent u nog mee?

Gepubliceerd op 03-04-2019

Sinds begin dit jaar is er het een en ander gewijzigd in de btw op onroerende verhuur, vouchers en e-commerce. Jean-Philippe Roux, Btw Director bij KPMG Belastingconsulenten en Juridische Adviseurs, bespreekt in vogelvlucht deze thema’s.

Btw-regels voor onroerende verhuur

“Het btw-landschap voor onroerende verhuur is sinds 1 januari 2019 grondig herschapen”. Dit zijn de drie opmerkelijkste wijzigingen:

1) “Tot voor kort was de verhuur van onroerend goed in principe vrijgesteld van btw. Verhuurders konden bijgevolg de btw die rust op renovatie en oprichting niet recupereren en rekenden ze daarom door in hun huurtermijnen. Nieuw is nu dat een verhuurder en een huurder in een B2B-context kunnen overeenkomen de verhuur toch aan btw te onderwerpen, waardoor de verhuurder de btw op de renovatie en oprichting wel kan recupereren. Dit zou tot een vermindering van de huurtermijnen moeten leiden.” Nadeel is wel dat in bepaalde gevallen sprake zal zijn van een verlengde btw-herzieningstermijn van 25 jaar.

2) Voortaan gelden er specifieke regels voor de verhuur van opslagruimte. Het gaat om panden waarvan minstens 50% van de oppervlakte of het volume gebruikt wordt voor opslag en hoogstens 10% als verkoopruimte. “In een B2C-context is de verhuur van opslagruimte per definitie onderworpen aan btw, in een B2B-situatie ligt de keuze bij de contracterende partijen.

3) Op kortetermijnverhuur van onroerend goed, d.i. verhuur van maximaal zes maanden, is voortaan btw verschuldigd. Op deze regel gelden wel een aantal uitzonderingen, waarvan verhuur voor bewoning de belangrijkste is.

Heeft u graag een overzicht van alle omstandigheden wanneer u de verhuur van een onroerend goed wel of niet aan btw kan/moet onderwerpen? Onze gratis one-pager vat alle gevallen mooi voor u samen. Download hem hier.

Btw-regels voor vouchers

Ook sinds januari 2019 gelden er op Europees en Belgisch niveau duidelijkere btw-regels voor vouchers of geschenkbonnen. Dhr Roux: “Er wordt een onderscheid gemaakt tussen single purpose en multi purpose vouchers. Bij single purpose vouchers – een bon van een Belgische parfumerie bijvoorbeeld – is al bij de verkoop duidelijk in welk land de geschenkbon ingeruild zal worden en welk btw-tarief er zal gelden. De btw is op dit soort vouchers dan ook verschuldigd op het moment van de verkoop.”

Anders ligt het bij multi purpose vouchers. “Meestal weet je wel in welk land ze zullen worden ingeruild, maar niet per se welk btw-tarief van toepassing zal zijn (of omgekeerd)”. Bij een restaurantbon voor een Belgisch restaurant bijvoorbeeld hangt het ervan af of de bon wordt ingeruild voor een afhaalmaaltijd (6%), een maaltijd ter plekke (12%) en/of drank (21%). Om die reden is de btw pas verschuldigd op het moment dat de voucher wordt ingeruild. Omdat bij de handel van vouchers zowel uitgevers, distributeurs als aankopers betrokken zijn, is het belangrijk dat al deze partijen een goed inzicht hebben in het hele btw-technische kluwen.”

Btw-regels voor e-commerce

Europa wil de online verkoop van elektronische, telecom en radio- en televisiediensten stimuleren. Daarom zijn de btw-verplichtingen eenvoudiger geworden en zijn er nog verdere vereenvoudigingen op komst. “Tot nu toe moest een Belgische app-bouwer bijvoorbeeld de Franse btw-principes toepassen als hij aan een Franse particulier verkocht, de Duitse wanneer een Duitse particulier zijn app afnam, enzovoort. Dat is nu minder complex geworden: zolang een Belgische kmo niet meer dan 10.000 euro per jaar buiten de landsgrenzen verkoopt, kan hij de Belgische btw-regels blijven toepassen.”

Vanaf 1 januari 2021 zullen gloednieuwe btw-regels voor de grensoverschrijdende online verkoop van goederen van toepassing zijn. “De EU bereidt zich voor op een gloednieuwe btw-regeling in 2021, die het gemakkelijker zal maken voor bedrijven om online goederen te verkopen. Dankzij de huidige voorstellen zullen onlinebedrijven zich volledig kunnen ontplooien terwijl malafide bedrijven of fraudeurs hen niet langer met lagere prijzen uit de markt zullen kunnen duwen. Hierin wordt ook voorzien in een zeer belangrijke rol voor elektronische interfaces”.

  371