Btw-belastingplichtigen worden eindelijk te goeder trouw

Gepubliceerd op 24-07-2018

De regering-Michel had zich in 2014 voorgenomen om het conflictmodel tussen belastingplichtige en fiscus te verlaten en te evolueren naar een samenwerkingsmodel. De goede trouw moest daarbij centraal staan. Met betrekking tot de btw lezen we het volgende: Het btw-boetesysteem en de nalatigheidsinteresten worden hervormd met als uitgangspunt de goede trouw van de belastingplichtige, in plaats van de kwade trouw.” In uitvoering hiervan pleitte de minister van Financiën in zijn algemene beleidsnota van 12 november 2015 er reeds voor dat bij een eerste inbreuk de boete in principe niet mag worden opgelegd als de belastingplichtige binnen de gestelde termijn een spontane rechtzetting doet.

Niet-proportionele boetes

Aanleiding tot een en ander was de vorige hervorming van het btw-boetesysteem tijdens de vorige regering: de niet-proportionele btw-boetes, terug te vinden in KB nr. 44, verdubbelden. Ter herinnering: niet-proportionele btw-boetes zijn boetes die bestaan uit een absoluut bedrag in plaats van een percentage van de verschuldigde btw. De bedragen van de boetes varieerden van 25 euro tot 2.500 euro maar werden door de programmawet van 22 juni 2012 (art. 41 en 42) verdubbeld naar respectievelijk 50 en 5.000 euro. De niet-proportionele boetes zijn van toepassing bij inbreuken van een eerder formele aard zoals het niet-tijdig indienen van een btw-listing of het verkeerd invullen van de btw-aangifte

De regels inzake proportionele boetes die we terugvinden in KB nr. 41, en die een percentage vertegenwoordigen van de bijkomend verschuldigde btw, werden vóór 2012 door de fiscale administratie niet al te rigide toegepast. Indien het om een eerste overtreding ging en de ondernemer te goeder trouw was werden de boetes vaak kwijtgescholden. Er bestond een tabel waarin de boetes werden verminderd of eventueel kwijtgescholden naargelang de frequentie en de aard van de overtreding. Ook die soepele en flexibele invulling ging vanaf juli 2012 op de schop.

De strikte toepassing en de hoogte van de btw-boetes zorgen al een hele tijd voor frustratie en ongenoegen bij vele belastingplichtigen. Vier jaar later is er aan KB’s nr. 41 en 44 weinig veranderd. Een nieuwe administratieve instructie op aansturen van de minister van Financiën brengt daar nu verandering in.

Systeem wordt flexibeler

Dankzij de instructie wordt een belangrijke stap gezet naar een meer flexibele en mildere invulling van het btw-boetebeleid. Door een beroep te doen op het Regenbesluit van 18 maart 1831 is de minister van Financiën of zijn gemachtigde in staat om uitspraak te doen over de verzoekschriften tot kwijtschelding van fiscale boetes. De nieuwe instructie zorgt voor een administratief kader voor de toepassing van dat Regentbesluit en introduceert een nieuw btw-boetebeleid.

Volgens dat nieuw boetebeleid kunnen belastingplichtigen een volledige kwijtschelding van de opgelopen boetes krijgen wanneer zij cumulatief aan volgende voorwaarden voldoen:

  1. Het betreft een eerste overtreding van ‘dezelfde aard’, in een referentieperiode van vier jaar die voorafgaat aan het tijdstip waarop de overtreding werd begaan. Overtredingen van ‘dezelfde aard’ zijn overtredingen die door de identieke rubriek van de bijlage bij KB nr. 41 en 44 worden gesanctioneerd.
  2. De overtreding werd begaan te goeder trouw.
  3. De belastingplichtige (of zijn mandataris) dient een individueel en gemotiveerd verzoekschrift in. De belastingplichtige doet er goed aan zijn verzoekschrift voldoende te motiveren en stavingstukken bij te voegen. Indien dit niet geval is, kan het verzoekschrift nl. onontvankelijk worden verklaard.
  4. De belastingplichtige heeft op het ogenblik van de indiening voldaan aan:
    • De verplichting die gesanctioneerd werd.
    • De indieningsverplichting van de periodieke btw-aangiften.

Voor welke boetes?

De mogelijkheid tot vermindering of kwijtschelding is niet op alle boetes van toepassing. Met de instructie is het de bedoeling dat inbreuken die geen impact op het bedrag van de verschuldigde btw en die te goeder trouw begaan werden niet meer genadeloos bestraft worden. Inbreuken waarop het nieuw boetebeleid van toepassing is zijn o.a. de niet-indiening of laattijdige indiening van klantenlijsten. Ook inbreuken naar aanleiding van een controle vallen onder het nieuwe btw-boetebeleid op voorwaarde dat ze geen impact hebben op de roosters 71 of 72 van de periodieke btw-aangifte (dat zijn bijv. gevallen waarbij de verschuldigde btw op intracommunautaire diensten of op werken in onroerende staat niet voldaan is maar wel volledig aftrekbaar is, het vermelden van de maatstaf van heffing in rooster 44 i.p.v. in rooster 47 van de aangifte, enz.).

Sommige inbreuken komen niet in aanmerking, bijv. de laattijdige of niet-indiening van periodieke of bijzondere btw-aangiften en MOSS-aangiften. Ook inbreuken met het oogmerk de belasting te ontduiken komen uiteraard niet in aanmerking.

Goede trouw wordt vermoed

Een belangrijk principe dat duidelijk in de instructie wordt vermeld is dat kwade trouw steeds door de administratie moet worden aangetoond. Er mag bijgevolg niet bij voorbaat uitgegaan worden van de kwade trouw van de belastingplichtige, maar integendeel wel van de goede trouw. In het verleden was dit wel eens anders.

Termijn voor indienen verzoekschrift

Er is geen wettelijke termijn voorzien voor het indienen van het verzoekschrift, noch voor de administratieve beslissing erover. Het is wel zo dat er tot effectieve inning van de boete kan worden overgegaan als het verzoekschrift niet wordt ingediend binnen een termijn van drie maanden

Door de nieuwe instructie zal elke eerste inbreuk die valt onder het nieuw boetebeleid ‘automatisch’ kwijtgescholden worden, op voorwaarde dat een verzoekschrift wordt ingediend natuurlijk. Het nieuwe boetebeleid geldt voor alle boetes die werden opgelegd na 1 januari 2018.

Wat voor inbreuken die buiten toepassingsgebied vallen?

Indien het nieuwe boetebeleid niet van toepassing is, dan kan de boete nog altijd worden kwijtgescholden of verminderd op grond van overmacht of op grond van andere elementen eigen aan het concrete geval, bv. redenen van sociale aard of grote financiële of commerciële tegenslagen buiten de wil van de betrokkene om en buiten het kader van fraude. Dat geldt trouwens bv. ook voor een tweede inbreuk van dezelfde aard die gepleegd wordt binnen de referentieperiode van vier jaar.

Indien aan een verzoek van de belastingplichtige geen gehoor werd gegeven is de administratieve beslissing ook nog altijd vatbaar voor beroep bij de fiscale rechter

Wesley De Visscher, VBO

Meer weten? Schrijf nu in op de Actuaclub Btw van Fiscaal Informatief

 

  1016