Bijzondere liquidatiereserve voor vennootschappen met gebroken boekjaar

Bij het verhogen van roerende voorheffing op liquidatieboni in 2014, voerde de fiscale wetgever een overgangsmaatregel in om het leed wat te verzachten voor aanslagjaar 2012. Later kwam er een permanente maatregel (vanaf aanslagjaar 2015) en een lapmiddel om de vergeten aanslagjaren 2013 en 2014 te redden. Maar ook na deze maatregel waren er nog steeds vennootschappen die buiten de boot vielen voor aanslagjaar 2012: de kleine vennootschappen met een gebroken boekjaar. In een recent arrest oordeelde het Grondwettelijk Hof dat ook deze vennootschappen de mogelijkheid moeten krijgen om voor aanslagjaar 2012 een bijzondere liquidatiereserve aan te leggen.

 

Van vastklikken van reserves tot het aanleggen van de bijzondere liquidatiereserve

 

Als overgangsmaatregel werd de mogelijkheid ingevoerd om de reserves vast te klikken. Hoe het werkt? Vennootschappen moesten eerst hun belaste reserves uitkeren, waarbij 10 % roerende voorheffing verschuldigd was door de aandeelhouder. Onmiddellijke na de uitkering moest het uitgekeerde bedrag opnieuw opgenomen worden in het kapitaal. Bij liquidatie kon deze geïncorporeerde reserve dan belastingvrij aan de aandeelhouder worden uitgekeerd. Dit systeem was enkel toepasselijk op de belaste reserves zoals ze werden vermeld in een jaarrekening die ten laatste op 31 maart 2013 was goedgekeurd door de algemene vergadering. In de praktijk komt dat neer op de belaste reserves zoals ze bestonden voor aanslagjaar 2012.

 

De fiscale wetgever kwam al snel met het idee om van deze overgangsmaatregel voor kleine vennootschappen een permanent systeem te maken. Hoe werkt het? Kleine vennootschappen kunnen vanaf aanslagjaar 2015 een liquidatiereserve aanleggen. De vennootschap betaalt een anticipatieve heffing wanneer ze de liquidatiereserve aanlegt. Als ze later wordt geliquideerd en de reserve wordt uitgekeerd aan de aandeelhouders is er geen belasting meer verschuldigd. Als de uitkering te snel na de aanleg gebeurt, is er nog wel een bijkomende heffing verschuldigd.

 

Daarmee moest er nog een oplossing worden gevonden voor aanslagjaren 2013 en 2014. Dat werd de bijzondere liquidatiereserve. Hoe werkt het? Kleine vennootschappen konden een deel van de winst voor die aanslagjaren alsnog opnemen in de liquidatiereserve tegen de anticipatieve heffing van 10 %. Ze hadden daarvoor tot 30 november 2015 (voor aj. 2013) of 30 november 2016 (aj. 2014).

 

Een gebroken boekjaar?

 

Met een ‘gebroken boekjaar’ wordt hier bedoeld: een boekjaar dat niet gelijkloopt met het kalenderjaar (van 1 januari tot 31 december), maar een andere start en/of einddatum heeft (bv. van 1 april tot 31 maart).

 

Wat is er zo speciaal aan de vennootschappen met een gebroken boekjaar?

 

Het lijkt dus alsof met alle maatregelen ook alle aanslagjaren gedekt zijn: voor aj. 2012 vastklikken, voor aj. 2013 en 2014 de bijzondere liquidatiereserve en vanaf aj. 2015 gewone liquidatiereserve.
Er is echter een nieuwe lacune opgedoken voor vennootschappen (i) met een gebroken boekjaar, (ii) dat eindigde in het vierde kwartaal van 2012 (ergens tussen 1 oktober en 30 december 2012) en (iii) waarvan de jaarrekening pas na 31 maart 2013 werd goedgekeurd.
Door de temporele werking van de hierboven genoemde maatregelen, kunnen deze vennootschappen er geen gebruik van maken voor hun aanslagjaar 2012.

 

Voorbeeld

 

Bvba XYZ heeft een boekjaar dat loopt van 1 november 2011 tot 31 oktober 2012. Aangezien de bvba haar boekjaar afsluit voor 31 december 2012 vallen de winsten die ze in die periode heeft behaald onder aanslagjaar 2012. De jaarrekening van XYZ wordt goedgekeurd op 12 april 2013. De winsten van aanslagjaar 2012 kunnen niet worden vastgeklikt aangezien de jaarrekening pas na 31 maart 2013 werd goedgekeurd.
Wat kan XYZ wel doen? De belaste reserves vastklikken tot en met aanslagjaar 2011 (winsten gerealiseerd tijdens het boekjaar afgesloten op 31 oktober 2011), waarvan de jaarrekening op 10 april 2012 werd goedgekeurd. De winsten voor aanslagjaar 2013 (winsten gerealiseerd tijdens boekjaar afgesloten op 31 oktober 2013) opnemen in de liquidatiereserve.
 

 

Het Grondwettelijk Hof

 

Er bestaat dus een verschil in behandeling tussen vennootschappen al naargelang ze hun boekjaar per kalenderjaar voeren of niet. Vennootschappen waarvan het boekjaar samenvalt met het kalenderjaar kunnen immers vastklikken voor aanslagjaar 2012 en de bijzondere liquidatie aanleggen voor aanslagjaar 2013 en 2014. Vennootschappen waarvan het boekjaar niet samenvalt met het kalenderjaar kunnen voor aanslagjaar 2012 geen van de voorziene regimes gebruiken.

 

Een vennootschap die zich in deze situatie bevond, richtte zich dan ook tot het Grondwettelijk Hof. Meer bepaald vocht de vennootschap artikel 541 WIB92 aan dat de bijzondere liquidatiereserve invoerde voor aanslagjaren 2013 en 2014.

 

Het Grondwettelijk Hof gaat mee in de argumentatie van de vennootschap. Het was de bedoeling van de bijzondere liquidatiereserve om de overgangsmaatregel naadloos te laten aansluiten op het permanent systeem. Dat is helaas niet helemaal gelukt. Om te zorgen dat er ook voor vennootschappen met een gebroken boekjaar aansluiting is, moet het ook voor die vennootschappen mogelijk zijn om voor aanslagjaar 2012 een reserve aan te leggen.

 

Hoe dat nu in de praktijk aangepakt zal worden, is nog een andere vraag …

 

 

Meer weten over? Zie dan de auteursteksten van Yves Verdingh op monKEY.be over de (bijzondere) liquidatiereserve.

Ook het arrest zelf vindt u er terug. 

U kan er ook meer over lezen in Fiscale Actualiteit.

Gepubliceerd op 14-03-2017

  1050