Bedrijfswagen, logica zoek

Nieuwe FAQ voordeel alle aard

Begin oktober publiceerde de fiscus, voor de derde keer dit jaar, een aangepaste toelichting bij de berekening van het voordeel van alle aard van een bedrijfswagen. De ‘FAQ bedrijfswagen’ versie 3.1 is intussen een uit de kluiten gewassen klepper die u kunt raadplegen op de site van de FOD Financiën.

De nieuwe FAQ roept een heleboel nieuwe regeltjes in het leven voor de correcte bepaling van de cataloguswaarde van het voertuig, de basis voor de berekening van het belastbare voordeel. Zo weten we nu dat autofabrikanten en -verdelers er alle belang bij hebben om nettoprijzen te hanteren, eerder dan brutoprijzen gekoppeld aan allerhande kortingen of promoties. Voor de bepaling van de cataloguswaarde mag men zich immers baseren op de lagere nettocatalogusprijs op voorwaarde dat die prijs niet alleen geldt op de professionele fleetmarkt, maar ook kan worden genoten door particulieren. Leest u er de antwoorden op de vragen 27 en 28 maar eens op na. Het komt er dus voor de verdeler vooral op aan de prijslijst in zijn verkoopbrochure linguïstisch aan te passen. Geen kortingen of tijdelijke promoties meer, maar eenvoudigweg lagere catalogusprijzen, voor iedereen. Nachtmerrie voor de marketeer, maar op termijn misschien een zegen voor de consument. Over dit aspect van de nieuwe FAQ dat al breed werd uitgesmeerd in de pers, willen we het echter niet hebben. De FAQ bevat wel meer moois. Zo bijvoorbeeld de opvallend korte antwoorden op de vragen 11 en 50, die de wenkbrauwen doen fronsen. Als we daar wat langer bij stilstaan, kunnen we niet anders dan besluiten dat met de nieuwe FAQ de logica compleet zoek is.

 

wagen + tankkaart = wagen

Wat de FAQ (nr. 11) nu bevestigt is dat voor objectief verschillende voordelen toch eenzelfde belastbaar bedrag moet worden aangerekend. Of u nu een bedrijfswagen met of zonder tankkaart ter beschikking krijgt, voor de fiscus is het extralegaal voordeel hetzelfde. Het gratis gebruik van een brandstofkaart of tankkaart voor privéverplaatsingen of woon-werkverkeer – een financieel voordeel dat kan oplopen tot duizenden euro’s per jaar – is dus fiscaal van geen tel. Uiteraard is dat goed nieuws voor het gros van de gebruikers van een bedrijfswagen. Doorgaans least de werkgever een wagen mét tankkaart en stelt dat pakket vervolgens ter beschikking aan zijn werknemer. Die betaalt dan in feite enkel belasting op de wagen, niet op de gratis brandstof.

 

wagen + tankkaart

Maar wat als de werkgever zijn werknemer laat bijdragen in de brandstofkosten? Eerder dit jaar berichtten we al over het vergiftigde geschenk dat de ‘bedrijfswagen zonder tankkaart’ betekent voor een werknemer. De nieuwe FAQ (nr. 49 & 50) doet er nog een schepje bovenop. Als de werkgever een wagen zonder tankkaart ter beschikking stelt, draagt de werknemer de brandstofkosten de facto zelf. Wel, die kosten zijn dan niet als ‘eigen bijdrage’ aftrekbaar van het belastbaar voordeel. Dat lazen we al in de vorige FAQ en wordt herhaald in de nieuwe (nr. 49). Maar die laatste voegt er nu een kleine nuance aan toe (nr. 50): stelt de werkgever een wagen met tankkaart ter beschikking en laat hij de brandstofkosten terugbetalen door zijn werknemer, dan is die terugbetaling voor de werknemer wel aftrekbaar van het belastbaar voordeel. Voor een objectief zelfde voordeel – werknemer financiert in beide situaties zelf de brandstofkosten – wordt zo in de eerste situatie (zonder tankkaart) het volledige belastbare voordeel aangerekend, in de tweede situatie (met tankkaart) een veel lager, mogelijk zelfs geen belastbaar voordeel aangerekend. Waarom zou u dan nog een wagen zonder tankkaart ter beschikking stellen?

 

wagen + tankkaart

Waar de FAQ over zwijgt – maakt er in feite ook niet het voorwerp van uit – is het fiscale lot van de gratis tankkaart op zich. Dus zonder dat er ook een wagen aan te pas komt. Hierover had de minister van Financiën zich eerder dit jaar al uitgesproken. Aangezien de wet in dat geval niet voorziet in een forfaitair te bepalen voordeel van alle aard, wordt het belastbaar bedrag van een gratis tankkaart gewaardeerd op de werkelijke waarde van het voordeel (artikel 36 WIB92). En dat is de kostprijs van de verbruikte brandstof voor privéverplaatsingen en woon-werkverkeer, afgelegd met de bedrijfswagen. Dus als we zonet stelden dat "het gratis gebruik van een tankkaart fiscaal van geen tel is", dan geldt dat enkel voor zover die gratis kaart gekoppeld is aan een gratis wagen. De beschikking over een tankkaart alleen leidt wel degelijk tot een belastbaar voordeel. Een belastbaar voordeel dat vaak hoger is dan het aan te rekenen voordeel voor ‘kaart plus wagen’. Jawel, voor een objectief kleiner voordeel (enkel tankkaart) betaalt u mogelijk meer belasting dan voor een objectief groter voordeel (tankkaart plus wagen). Volgt u nog?

Facts & figures

Laten we de cijfers voor zich spreken. Neem het voorbeeld van een werknemer die beschikt over een wagen, met een cataloguswaarde van 25.000 euro, 125 g/km CO2-uitstoot, 7 liter/100 km verbruik (diesel). Het persoonlijke gebruik van die wagen, meteen de wettelijke grondslag voor het aanrekenen van een belastbaar voordeel, bestaat uit 25.000 km woon-werkverkeer en 10.000 km privéverplaatsingen per jaar. De brandstofkosten voor dat persoonlijk gebruik bedragen zo € 3.529,23, namelijk 35.000 km x 7 liter/100 x € 1,4405 (gemiddelde dieselprijs 2011). Naargelang van de situatie geeft dat, in aflopende grootte van het bedrag, volgende belastbare voordelen:

Situatie 1 – werknemer krijgt enkel tankkaart ter beschikking:

Belastbaar voordeel per jaar

 = € 3.529

Belasting per jaar (tegen 50% + gemeentebelasting 7%) 

 = € 1.888

Situatie 2 – werknemer krijgt enkel bedrijfswagen ter beschikking (en draagt zelf de brandstofkosten):

Belastbaar voordeel  

 = € 1.821*

Belasting 

 = € 974

* € 25.000 x [5,5 + 0,1 x (125 – 95)]/100 x 6/7 = € 1821,43

Situatie 3 – werknemer krijgt bedrijfswagen en tankkaart ter beschikking:

Belastbaar voordeel  

 = € 1.821*

Belasting  

 = € 974

* € 25.000 x [5,5 + 0,1 x (125 – 95)]/100 x 6/7 = € 1821,43

Situatie 4 – werknemer krijgt bedrijfswagen en tankkaart ter beschikking en draagt zelf de brandstofkosten:

Belastbaar voordeel en belasting = Nihil

De ongelijke behandeling van belastingplichtigen die zich in eenzelfde situatie bevinden (situatie 2 vs. 4) en de discriminatoire behandeling van belastingplichtigen die ondanks een kleiner voordeel, meer belasting betalen (situatie 1 vs. 3), is niet enkel te wijten aan de fiscale wet, die het ene voordeel forfaitair, het andere dan weer op zijn werkelijke waarde raamt, maar ook aan de wijze waarop de fiscus die wet interpreteert. Zo aanvaardt de fiscus sinds dit jaar niet langer de aftrek van zelf betaalde brandstofkosten in situatie 2, terwijl hij dat in het verleden steevast deed (Com.IB. 36/142), en terwijl hij dat nog steeds doet in situatie 4? Hoewel aan de wettekst terzake niet geraakt werd (artikel 36 §2 lid 9 WIB92).

Zolang de fiscus bij zijn standpunt blijft en de rechter hem niet terugfluit, weet u alvast met welk pakket u uw werknemer nog wel een plezier doet: bedrijfswagen én tankkaart. Twee voor de prijs van één.

 

Jef Wellens

Voor een volledige bespreking van deze FAQs, zie Fiscale Actualiteit nr. 34.

Fiscale Actualiteit

Wilt u altijd als eerste op de hoogte zijn van het fiscale nieuws uit alle mogelijke hoeken? Wilt u gezaghebbende commentaren lezen door grote namen uit het vakgebied, die ook door de fiscus zelf aandachtig gevolgd worden? Wilt u kostbare tijd besparen door elke week een overzichtelijke samenvatting te vinden van de massa aan nieuwe wetgevende initiatieven, binnen- en buitenlandse rechtspraak, circulaires, ministeriële standpunten...? Teken in op de wekelijkse nieuwsbrief 'Fiscale Actualiteit'. 

 

Gepubliceerd op 05-10-2012

  459