Back to school: btw-vrijstelling onderwijs

Het aanbieden van onderwijs is vrijgesteld van btw. Dat wil zeggen dat de dienstverrichter geen btw moet aanrekenen.  De vrijstelling geldt echter niet voor commerciële ondernemingen die onderwijs aanbieden, bv. ondernemingen die cursussen, seminaries en werkshops organiseren. We bekijken wat de vrijstelling dan precies wel inhoudt.

Vrijstelling voor onderwijs en nauw ermee samenhangende diensten

De vrijstelling van artikel 44, § 2, 4° WBTW geldt voor (i) school- of universitair onderwijs, waaronder onderwijs aan kinderen en jongeren, beroepsopleiding en herscholing, verstrekt door publiekrechtelijke lichamen of door andere erkende instellingen, (ii) lessen die particulier door leerkrachten worden gegeven en die betrekking hebben op school- of universitair onderwijs, (iii) andere diensten die nauw samenhangen met het onderwijs, bv. verstrekken van maaltijden en logies, levering van didactisch materiaal.

Een dubbele voorwaarde

Aan de vrijstelling is een dubbele voorwaarde verbonden:

  • de instelling mag niet systematisch het maken van winst beogen;
  • de eventuele winst die wordt gemaakt, mag niet worden verdeeld, maar moet worden geherinvesteerd om het onderwijs te verbeteren of in stand te houden.

Een stukje geschiedenis: Oorspronkelijk werd de vrijstelling in België ruim geïnterpreteerd, waardoor iedereen die onderwijs verstrekte (ook commerciële ondernemingen) van de vrijstelling konden genieten (Aanschrijving uit 1978). In 1993 uitte de Europese Commissie hierover haar ongenoegen, waardoor de Belgische administratie haar standpunt moest aanpassen. Vanaf 1 januari 1994 was de vrijstelling enkel nog bedoeld voor onderwijsinstellingen (publiek- of privaatrechtelijk) die geen winstoogmerk hadden (Aanschrijving uit 1993). De commerciële instellingen vochten deze Aanschrijving echter aan voor de Raad van State, die hen in 2005 gelijk gaf. De Aanschrijving uit 1993 werd vernietigd, zodat de commerciële ondernemingen met winstoogmerk opnieuw de vrijstelling konden toepassen. Dat was echter slechts tijdelijk.

Sinds 1 januari 2014 zegt de wettekst zelf nu ook héél duidelijk dat de vrijstelling voor private instellingen enkel geldt als ze de dubbele voorwaarde respecteren: geen winstoogmerk en eventuele winst niet uitkeren (aan leden of aandeelhouders) maar gebruiken om het onderwijs in stand te houden.

Let op niet enkel ondernemingen worden nu uitgesloten. Private instellingen zoals vzw’s die op papier ( = volgens hun statuten) geen winst nastreven, maar waarvan in de praktijk blijkt dat ze eigenlijk wel een winstoogmerk hebben of hun winst aan hun leden uitkeren, mogen de vrijstelling evenmin toepassen.

‘Onderwijs’ in de traditionele betekenis

Onderwijs moet eerst en vooral in de klassieke betekenis begrepen worden: het systematisch overbrengen  van kennis aan bepaalde personen (individueel of in groep) onder leiding van een leraar of meester. Het is daarom dat er ook belang gehecht wordt aan de volgende criteria:

  • het onderwijs wordt verstrekt gedurende een periode die overeenstemt met een school- of academiejaar;
  • er wordt een pedagogisch programma in acht genomen
  • en er wordt een getuigschrift, attest, brevet of diploma afgeleverd (al hoeven er niet noodzakelijk meer examens te worden georganiseerd, wat vroeger wel het geval was).

Maar ook andere onderwijsvormen

Deze zeer klassieke invulling van onderwijs is wel erg strikt en sluit sommige nieuwere en modernere onderwijstypes ten onrechte uit. Gelukkig wil de administratie wel met haar tijd meegaan. Zo aanvaardt ze ook afstandsonderwijs (dat schriftelijk gebeurt) als onderwijs.

Het onderwijs hoeft ook geen volledig programma te omvatten. Zo valt ook een instelling die slechts één soort vakken aanbiedt (bv. enkel taalonderwijs) onder de vrijstelling.

Een bijzonder geval: sportlessen

Grote uitzondering is het sportonderricht: dat is enkel vrijgesteld voor zover het gaat om sporthumaniora, licenties lichamelijke opvoeding, sportlessen in het kader van een beroepsopleiding of herscholing enz. Met andere woorden sportlessen die enkel als ontspanning worden gevolgd (zwemles, paardrijden, volleybal) zijn van de vrijstelling uitgesloten. Dat is echter geen ramp omdat die lessen vrijgesteld kunnen zijn onder een andere bepaling (art. 44, § 2, 3° WBTW die vrijstelling geeft voor diensten van sportinrichtingen die geen winstoogmerk hebben). 

Privéleraars

Privélessen kunnen van de vrijstelling genieten als ze worden gegeven door een natuurlijk persoon en als ze betrekking hebben op leerstof die aansluit bij wat er in de traditionele onderwijsnetten wordt gedoceerd.

Beroepsopleiding en -herscholing

Onder dit begrip vallen lessen die gericht zijn op het aanleren van een beroep, bijscholing door middel van seminaries, permanente educatie, enzovoort.

Keerzijde van de medaille: geen recht op aftrek

De instellingen die genieten van de vrijstellingen moeten dus geen btw aanrekenen op hun diensten. Nadeel is dat ze dan ook geen recht op aftrek hebben van de btw die zij zelf betaald hebben aan hun leveranciers (bv. op de aankoop van computers en dergelijke).

Gepubliceerd op 31-08-2015

  650