Alles wat u moet weten over belastingverminderingen (of toch bijna)

Belastingverminderingen doen exact wat ze zeggen: ze zorgen ervoor dat u minder belastingen moet betalen. Maar wat weet u erover? Op welke verminderingen heeft u recht? Wat is de populairste? Wie geeft u die verminderingen: de federale overheid of het gewest waar u woont? En waarom worden sommige verminderingen niet meer geïndexeerd? We gaan kort in op al die vragen, zodat u weer weet wat u zou moeten weten.

Aftrekken werden belastingverminderingen

De laatste jaren werden – met het oog op de zesde staatshervorming – heel wat aftrekken (aftrekbare bestedingen) omgevormd tot belastingverminderingen. Dit is meer dan een technische ingreep, want het heeft belangrijke gevolgen aangezien beide fiscale voordelen op een ander moment in rekening worden gebracht. Een aftrekbare besteding wordt afgetrokken van het belastbare inkomen, een belastingvermindering wordt pas afgetrokken van de verschuldigde belasting. Een vereenvoudigd voorbeeld kan het verschil goed aantonen.

Voorbeeld

Jan heeft een inkomen van 10.000 euro waarop hij 50 % belasting verschuldigd is. Zonder aftrek of belastingvermindering betaalt hij dus 5.000 euro belasting.

Als hij recht heeft op een aftrek van 1.000 euro, wordt zijn belastbaar inkomen van 10.000 euro herleid tot 9.000 euro, waarop hij 4.500 euro belasting betaalt.

Als hij recht heeft op een belastingvermindering van 1.000 euro, wordt zijn verschuldigde belasting eerst berekend op 10.000  = 5.000 euro, dat bedrag wordt dan herleid tot 4.000 euro.

Meer dan de woonbonus

 

De belastingvermindering voor hypothecaire kredieten (de woonbonus) is allicht de meest bekende. Gevolgd door de belastingverminderingen voor giften, pensioensparen en  dienstencheques.

Maar wist u dat u ook recht kan hebben op belastingverminderingen voor inkomsten uit het buitenland, voor aandelen in ontwikkelingsfondsen, als u een winwinlening toestaat, als u investeert in brand- en inbraakbeveiliging, enzovoort.

Gewest en federale overheid: wie geeft welke vermindering?

Door de zesde staatshervorming is het niet langer enkel de federale overheid die de belastingverminderingen toestaat. Ook de gewesten zijn nu voor enkele belastingverminderingen bevoegd die aansluiten bij hun andere niet-fiscale bevoegdheden. Dit betekent dat het gewest beslist over de voorwaarden en het bedrag/percentage van de vermindering.

De federale overheid blijft bevoegd voor de volgende belastingverminderingen: (a) langetermijnsparen, als de uitgave niet verbonden is met de ‘eigen woning’, (b) pensioensparen, (c) werkgeversaandelen, (d) pensioenen, vervangingsinkomsten, brugpensioen, werkloosheidsuitkeringen, uitkeringen van ziekte- en invaliditeitsverzekeringen, (e) bezoldigingen voor het presteren van overwerk waarvoor een overwerktoeslag werd verkregen, (f) inkomsten uit het buitenland, (g) energiebesparende uitgaven die werden overgedragen van vorige belastbare tijdperken, (h) aandelen in ontwikkelingsfondsen, (i) giften, (j) uitgaven voor de kinderoppas. 

De gewesten zijn bevoegd voor de volgende belastingverminderingen: (a) winwinleningen (enkel in het Vlaams Gewest), (b) aandelen en obligaties van de ‘Caisse d'investissement de Wallonie’ (enkel in het Waals Gewest), (c)  hypothecaire kredieten voor de ‘eigen woning’, zowel voor de betaalde interesten als de kapitaalaflossingen, dit gebeurt via de ‘woonbonus’ of de vermindering voor bouwsparen, (d) investeringen in brand- en inbraakbeveiliging, (e) uitgaven voor dakisolatie, (f) uitgaven voor vernieuwing van woningen in een zone voor positief grootstedelijk beleid, (g) investeringen voor vernieuwing van woningen die via een sociaal verhuurkantoor tegen een redelijke prijs worden verhuurd, (h) PWA- en dienstencheques.

Populair: pensioensparen

Naast de ‘woonbonus’ is ongetwijfeld de vermindering voor pensioensparen één van de meest populaire belastingverminderingen. Dat blijkt tenminste uit de cijfers:  meer dan twee miljoen Belgen doen aan pensioensparen. Omdat de regels hierover sinds 1 januari wat veranderd zijn, frissen we ze nog even voor u op.

Het komt er in het kort op neer dat u minder belasting moet betalen (het tarief zakte van 10 % naar 8 %), maar dat u sneller moet betalen (via een anticipatieve heffing wordt de komende vijf jaar jaarlijks 1 % geïnd).

Om van het verlaagde tarief van 8 % te kunnen genieten, moet het kapitaal wel op een gunstig moment uitgekeerd worden. Vermist het om ‘pensioensparen’ gaat, komt dat gunstig moment logischerwijze pas als de gerechtigde op pensioen gaat of kort daarvoor. U betaalt dus slechts 8 % als u het kapitaal uitgekeerd krijgt:

  • wanneer u op pensioen gaat op de gewone pensioenleeftijd;
  • wanneer u op pensioen gaat tijdens één van de vijf jaar voor de gewone pensioenleeftijd;
  • wanneer u op brugpensioen gaat;
  • wanneer u overlijdt.

Als de uitkering gebeurt op een ander tijdstip is er 33 % belasting verschuldigd.

Tot zover het goede nieuws. Minder leuk is dat van 2015 tot 2019 jaarlijks al 1 % van het  kapitaal zoals het door de belastingplichtige bijeen werd gespaard op 31 december 2014, zal worden geïnd.

Bij de uitkering, betaalt u dan effectief de taks, waarvan u het bedrag dat u al betaald hebt, mag aftrekken.

Aan de belastingvermindering zelf verandert er niets: u heeft recht op een belastingvermindering ten belope van 30 % van het bedrag dat u afgelopen jaar heeft gespaard, tot een bepaald maximum. Het maximaal te sparen bedrag dat recht geeft op de vermindering wordt gedurende enkele jaren gefixeerd op 940 euro. Dat levert een belastingvermindering op van 282 euro.

Welke belastingverminderingen worden voorlopig niet geïndexeerd?

Om budgettaire redenen heeft de regering Michel besloten dat de enkele belastingverminderingen in de aanslagjaren 2015 tot en met 2018 niet zullen worden geïndexeerd. Ze worden bevroren op het maximumbedrag dat gold voor aanslagjaar 2014.
Het gaat om de volgende belastingverminderingen:  (a) de korf voor de belastingvermindering voor het langetermijnsparen, (b) de verwerving van werkgeversaandelen, (c) pensioensparen, (d) energiebesparende uitgaven, (e) uitgaven voor de verwerving van een elektrisch voertuig, (f) uitgaven voor een ontwikkelingsfonds, (g) giften, (h) het maximumbedrag van de uitgaven voor huispersoneel waarvoor men een belastingvermindering kan krijgen, (i) de belastingvermindering voor vervangingsinkomsten, (j) vermindering voor lage-energiewoningen, nul-energiewoningen en passiefhuizen voor zover die nog van toepassing is en (k) de federale woonbonus.

Dit werd echter pas beslist, nadat de geïndexeerde bedragen voor aanslagjaar 2015 al in het Belgisch Staatsblad waren gepubliceerd. Dit houdt in dat de verwachte (en aangekondigde) indexering met terugwerkende kracht niet doorgaat. Dit zorgt voor problemen, aangezien belastingplichtigen al met die nieuwe geïndexeerde bedragen rekening hadden gehouden bij hun planning; bv. wie steeds het maximum fiscaal interessante bedrag aan pensioensparen wil doen, zal daarvoor 950 euro hebben gespaard in 2014. Door het bevriezen van de indexering blijkt nu het maximumbedrag eigenlijk slechts 940 euro te zijn. In dat geval heeft de belastingplichtige 10 euro teveel gespaard. Gelukkig gaat die 10 euro niet verloren, maar wordt die doorgeschoven naar het volgende jaar en zal ze worden beschouwd worden als een storting voor 2015 (aanslagjaar 2016).

Vanaf 2019 wordt de indexering voor deze bedragen gewoon opnieuw toegepast. Er komt echter geen compensatie voor de vier vorige jaren, die gaan gewoon verloren. Dit wil zeggen dat voor de indexering van aanslagjaar 2019 enkel wordt gekeken naar aanslagjaar 2018 (en niet naar de indexstijging van de  jaren ervoor). 

BELWPB   JPER  Als u er echt alles over wil weten, kan u de Aangiftegids Personenbelasting van Maurice De Mey raadplegen waar de aangifte in de personenbelasting vak per vak wordt besproken, of het Handboek Personenbelasting consulteren, waarin u een uitgebreide analyse van al deze belastingverminderingen terugvindt, met verwijzingen naar wetgeving, rechtspraak, circulaires en rechtsleer. 

Gepubliceerd op 27-05-2015

  572