Aangifte personenbelasting 2016

Vandaag verscheen de nieuwe belastingaangifte op de website van de FOD Financiën. We vroegen Jef Wellens, Fiscalist bij Wolters Kluwer, naar de opvallendste wijzigingen in de aangifte.

De aangifte PB is verschenen: wat valt het eerste op?

Wat ieder jaar opvalt, de aangifte dikt alweer aan met een pak nieuwe codes. Dit jaar komen er netto 38 codes bij. Daarmee wordt de kaap van 800 aangiftecodes bereikt. Vorig jaar telde de aangifte 772 codes, vandaag is dat een recordaantal van 810 codes. Belangrijke nieuwe codes ook. Het merendeel van de personen die een lening op hun huis hebben lopen, zal nieuwe of extra codes moeten gebruiken.
Anderzijds is de structuur van de aangifte dezelfde gebleven. Geen verschuivingen of nieuwe aangiftevakken. Dus ook geen derde aangiftedeel, waarvan vorig jaar nog sprake was, om de inkomsten die in het kader van de nieuwe kaaimantaks worden aangegeven, te identificeren. Of je nu inkomsten aangeeft als ‘gewone belastingplichtige’ of als oprichter van een trust of stichting, ze komen allemaal in dezelfde aangifterubrieken terecht. Zo vermijdt men een verdere opsplitsing van codes, maar dat betekent meteen ook dat de opbrengst van de kaaimantaks niet kan worden becijferd op basis van de aangifte.

Wordt het dit jaar nog complexer dan vorig jaar?

Zeker, en dat is alweer – we vallen in herhaling – het gevolg van de zesde staatshervorming. Die versnipperde de woonfiscaliteit tussen gewesten en federale overheid, en daar ‘plukken we nu de vruchten van’. Niet toevallig is het gros van de nieuwe codes terug te vinden in het vak waar de woonkredieten worden aangegeven (vak IX). Alleen al dat vak breidt met 23 extra codes uit. De staatshervorming verplichtte de gewesten immers om voor leningen voor de eigen woning die gesloten zijn vanaf 2015 een andere belastingvermindering toe te passen dan voor oudere leningen. Dat onderscheid vertaalt zich dan ook in een volledige ontdubbeling van het gewestelijk aangifteluik. Hebt u geleend in 2015, dan moet u, als u recht hebt op de woonbonus, de nieuwe woonbonuscodes gebruiken (3360/4360). Die nieuwe codes worden – ietwat verwarrend – het eerst weergegeven, daar waar vroeger de oude woonbonuscodes stonden. Ook om een andere reden moet u opletten als u al langer een krediet hebt lopen. Voor het eerst moet u vanaf dit jaar bevestigen of uw woonbonuslening al dan niet langer loopt dan tien jaar. Dat gebeurt in de nieuwe codes 3372/4372 en 3380/4380. Alleen als uw lening nog geen tien jaar loopt en dus ten vroegste gesloten is in 2006, hebt u nog recht op de verhoging van uw woonbonus. Die verhoging geldt slechts tien jaar en vervalt dus voor de eerste woonbonusleningen van 2005.

En hoe zit het dan met de nieuwe Vlaamse geïntegreerde woonbonus?

De Vlaamse ‘geïntegreerde woonbonus’, die zowel voor de enige als de niet enige eigen woning wordt toegekend, geldt pas voor leningen aangegaan vanaf 2016 (zie een eerder op TaxWorld gepubliceerd artikel). Aangezien de huidige aangifte zich beperkt tot leningen die uiterlijk 31 december 2015 gesloten zijn, vinden we die geïntegreerde woonbonus pas terug in de aangifte van volgend jaar. Dat resulteert uiteraard in bijkomende codes. Zo kennen we, alleen al in Vlaanderen, vier fiscale stelsels voor hypothecaire leningen: het oude bouwsparen voor leningen van vóór 2005, de oude Vlaamse woonbonus voor leningen gesloten tussen 2005 en 2014, de nieuwe Vlaamse woonbonus voor leningen die zijn aangegaan in 2015 en de nieuwste ‘geïntegreerde’ Vlaamse woonbonus voor leningen vanaf 2016.

Zijn er nog opvallende nieuwigheden als gevolg van gewestelijke maatregelen?

Betaalde u dienstencheques dan moet u als Waals inwoner nog enkel het totaal aantal aangeschafte cheques in de aangifte vermelden en niet meer het aankoopbedrag. Dat heeft te maken met de forse verlaging in het Waalse gewest van het belastingvoordeel voor dienstencheques, dat nog enkel op basis van het aantal cheques wordt bepaald. Voor inwoners van het Vlaamse of Brusselse gewest verandert er niets. 

En federale maatregelen die hun weerslag hebben op de aangifte?

Ja, de nieuwe taxshelter voor startende kmo’s vinden we terug in de aangifte. Tekende u in 2015 in op aandelen van starters, dan geeft u het bedrag van uw investering aan in de nieuwe rubriek J van vak X van de aangifte. Die geeft recht op een forse belastingvermindering van 30% of 45%, naargelang de starter een kleine of micro-vennootschap is. 
Ook de nieuwe starterslening laat zijn sporen na in de aangifte. Voor die leningen geldt immers een nieuwe meldplicht (rubriek D van vak XIV). De intresten van leningen toegekend via een crowdfundingplatform aan startende ondernemingen, worden vrijgesteld. Maar omdat slechts 15.000 euro krediet in aanmerking komt voor de vrijstelling, vraagt de fiscus u, ter controle, het aantal leningen te melden. Veel zal er echter niet worden gemeld, want bij gebrek aan erkenning, konden startersleningen vorig jaar nog niet worden verstrekt via een Belgisch crowdfundingplatform, maar enkel via een erkend buitenlands platform.
Voor de heffing van de kaaimantaks tenslotte werd de meldplicht van juridische constructies zoals trusts en stichtingen aanzienlijk uitgebreid. Vanaf dit jaar moeten ook naam, adres, nummer en rechtsvorm van de constructie worden gemeld en als het een trust betreft, ook naam en adres van de beheerder. Die bijkomende gegevens moeten de fiscus toelaten om gerichter onderzoeksdaden te stellen naar de eventuele inkomsten die onderworpen zijn aan de kaaimantaks.

Conclusie?

We zien een groeiende impact van gewestelijke maatregelen op de belastingaangifte. Die nemen in de toekomst alleen maar toe. Gewestelijke belastingverminderingen komen en gaan. Aangifterubrieken die nog enkel relevant zijn in één bepaald gewest, verzwaren de aangifte voor inwoners van de andere gewesten. Dat is vanaf dit jaar ook het geval voor heel wat hypotheekcodes, waaraan de helft van de bevolking geen boodschap heeft omdat ze in het ‘verkeerde gewest’ woont. Via voetnoten(!) in de aangifte wijst de fiscus u hier op. Dat is niet alleen verwarrend maar op lange termijn onhoudbaar. Door de aangifte te regionaliseren - één aangifte per gewest – zou het verkeerd gebruik van aangiftecodes kunnen worden vermeden en een boel overbodige codes kunnen worden geschrapt.

Gepubliceerd op 05-04-2016

  358