Wijziging Kaaimantaks

Gepubliceerd op 11-06-2018

Belangrijkste wijzigingen

De ministerraad heeft op voorstel van de minister van Financiën twee ontwerpen van koninklijk besluit goedgekeurd. De KB’s wijzigen het toepassingsgebied van de Kaaimantaks.

De KB’s vermelden niet langer expliciet bij naam welke vermogensstructuren onder het toepassingsgebied vallen, maar verwijzen in plaats daarvan naar een algemene definitie. Deze werkwijze is flexibeler. Het eerste KB wijzigt het toepassingsgebied van het aanslagstelsel wat de juridische constructies betreft. Het KB bevestigt dat onder het toepassingsgebied vallen:

  • Openbare of institutionele instellingen voor collectieve beleggingen, evenals de openbare of institutionele of private alternatieve instelling voor collectieve beleggingen, die door één persoon, of meerdere met elkaar verbonden personen, worden aangehouden, in voorkomend geval per afzonderlijke compartiment beschouwd. Deze wijziging is vooral bedoeld om twijfel weg te nemen over Luxemburgse Sicac-Sif structuren. Het KB noemt ze niet bij naam, maar het is duidelijk dat beoogd wordt ook deze investeringsstructuur onder het toepassingsgebied van de kaaimantaks te brengen.
  • Hybride entiteiten: vennootschappen die naar Belgisch fiscaal recht niet transparant worden behandeld, maar wel fiscaal transparant zijn volgens het fiscale recht van de lidstaat van de Europese Economische Ruimte (EER) waar deze vennootschappen zijn gevestigd, bv. de Luxemburgse Société en Commandite Simple. De uitbreiding moet maken dat deze entiteiten onder de kaaimantaks vallen, ook als zij niet alleen inkomsten van Belgische bron verwerven.
  • Vennootschappen indien de lidstaat van EER waar de vennootschap is gevestigd de inkomsten niet daadwerkelijk aan de inkomstenbelastingen onderwerpt.

Het tweede ontwerp laat de voorgenoemde wijzigingen doorwerken bij de toepassing van het aanslagstelsel op rechtspersonen die gevestigd zijn buiten de EER.

De ontwerpen worden ter advies voorgelegd aan de Raad van State. Maar de inwerkingtreding is retroactief voorzien voor 1 januari 2018.

De mening van een expert

We spraken met Gertjan Verachtert van Sansen International Tax Lawyers over deze vragenlijst van de rulingdienst. Wat vindt hij ervan?

"Uiteraard dient vooreerst het volledige wetgevende proces, inclusief advies van de Raad van State, afgewacht worden om de impact van de wijzigingen te beoordelen. Niettemin lijkt vooral de invoering van het criterium ‘niet daadwerkelijk aan de inkomstenbelasting onderworpen’ voor EER-entiteiten een gamechanger. Ook voor EER-entiteiten zou voortaan een vergelijking moeten gemaakt worden met Belgische belastbare grondslag, waarbij een (buitenlandse) entiteit in scope zal zijn als deze niet minstens 1% inkomstenbelasting betaalt in verhouding tot dergelijke hypothetische Belgische belastbare grondslag.”

 

  470