Inlichtingen voor buitenlandse fiscus: onderzoeksmogelijkheden uitgebreid

De gewone onderzoekstermijn wordt verlengd met vier jaar – dus tot zeven jaar – wanneer er vragen om inlichtingen van een ander land komen. België wil daarmee zeker stellen dat het kan voldoen aan de verplichtingen die de OESO oplegt inzake internationale uitwisseling van fiscale gegevens. Als een onderzoek begint in het buitenland, blijkt de normale onderzoekstermijn van drie jaar immers regelmatig te kort te zijn om het onderzoek daadwerkelijk uit te voeren en de gevraagde gegevens over te maken aan de buitenlandse belastingdienst. Bovendien houdt de OESO-standaard in dat de informatie beschikbaar en opvraagbaar moet zijn gedurende ten minste vijf jaar.

De fiscus hoeft in dat geval geen voorafgaande notificatie te sturen aan de belastingplichtige (in tegenstelling dus tot de eveneens zevenjarige fraudetermijn). Die wordt dus niet op de hoogte gebracht van het onderzoek.

Het gaat alleen om vragen uit landen waarmee België een dubbelbelastingverdrag heeft of een akkoord over uitwisseling van fiscale inlichtingen (TIEA-verdragen).

Een uitgebreidere versie van dit artikel verscheen eerder in Fiscale Actualiteit.

Gepubliceerd op 09-08-2017

  609