Het cafetariaplan: kiezen is (soms) verliezen

Gepubliceerd op 03-06-2019

Een van de grote trends van het voorbije jaar betrof de wens van steeds meer ondernemingen om een flexibel verloningsplan op te zetten, ook ‘cafetariaplan’ genoemd. Medewerkers kunnen dan binnen de door de werkgever afgebakende krijtlijnen hun bezoldigingspakket zelf samenstel­len. Dat biedt niet alleen het voordeel van meer flexibiliteit – de keuzemo­gelijkheden zijn vaak zeer ruim en aantrekkelijk – maar stelt de werknemers ook in staat om te opteren voor een minder of minst belaste weg en zo hun nettoloon te verhogen. De meeste onderdelen van het pakket worden immers fiscaal gunstiger behandeld dan een klassiek loon.

adult-chair-company-380769

In het kader van een cafetariaplan krijgt de medewerker (werknemer en/of bedrijfsleider) dus de mogelijkheid om een klassieke bezoldigingscomponent (een percentage van het brutoloon, bonus, eindejaarspremie, bedrijfswagenbudget,...) in te ruilen voor een beloningsvorm die hem/haar meer voldoening geeft.

Daarbij staat de keuzevrijheid van de werknemer voorop. Dat geldt alleszins voor de voordelen zelf, maar ook voor deelname aan het plan. De werkgever van zijn kant hecht veelal belang aan budgetneutraliteit. Dat betekent dat de totale werkgeverskost van het voordeel dat de werknemer kiest uit het cafetariaplan, die van de ingeruilde bezoldigingscomponent niet mag overtreffen.

In essentie is een cafetariaplan gericht op budgetcreatie en -besteding. Er zijn twee types. Vooreerst zijn er de plannen waarbij het budget zowel bij de creatie als bij de besteding wordt uitgedrukt in euro. Budgetcreatie vindt in dat type van cafetariaplannen meestal plaats via een bruto salaris­inlevering, veelal uitgedrukt als een percentage van het brutoloonpakket. Bij een tweede type cafetariaplannen wordt het budget opgebouwd door bezoldigings­componenten om te zetten in punten of units, die worden ingeschreven op een punten- of unitsrekening.

Omdat er geen specifieke wettelijke regeling is, kozen sommige onderne­mingen voor fiscale zekerheid door een ruling aan te vragen. Er zijn nu al een 20-tal rulings over het onderwerp gepubliceerd.

Wat het type van voordelen betreft, zien we vooreerst een duidelijke trend in de richting van duurzame mobiliteitsoplossingen: de fiets of een abonnement op het openbaar ver­voer komen regelmatig terug. Later werden de keuzemogelijkheden uitgebreid naar o.m. aanvullingen op sociale voorde­len met een gunstige socialezekerheidsbehandeling. Daaronder vallen een aanvulling op de kinderbijslag en de terugbetaling van premies voor individueel pensioensparen.

Een andere trend betrof de toekenning van ICT-toestellen en uitbreiding van de dekkingen voor collectieve verzekeringen medi­sche zorgen. Tenslotte wordt in veel plannen ook aandacht besteed aan de work-life balance van de werknemer: die kan budget omzetten in extralegale vakantiedagen. Naast het belastbaar moment, gaan de rulings ook steeds in op de fiscale behandeling van de voordelen die deel uitmaken van het cafetariaplan.

Een volledige analyse van de tendensen in die rulings leest u in het artikel van Bart Van den Bussche en Esther De Schryder in Fiscale Actualiteit.

 

  633