DBI-regeling: advocaat-generaal legt vinger op de wonde

Gepubliceerd op 03-10-2019

De volgorde van de ‘bewerkingen’ op de aangifte vennootschapsbelasting lijkt in strijd met de Europese regels. Op 13 juni 2018 stelde de recht­bank van eerste aanleg te Brussel een prejudiciële vraag aan het Hof van Justitie over de verenigbaarheid van de gezamenlijke toepassing van de DBI-regeling en de aanrekeningsvolgorde van het KB/WIB met de moeder-dochterrichtlijn. In zijn conclusie van 5 september 2019 komt de advocaat-generaal tot het besluit dat de Belgische DBI-regeling strijdig is met de moeder-dochterrichtlijn, in zoverre daardoor andere belastingvoordelen, waarvan de overdracht in de tijd beperkt is, in casu de notionele interestaftrek, verloren gaan.

  331