Belastingvragen: hoe ontwar ik als Vlaming de fiscale knoop als ik mijn Brusselse woning verhuur?

Gepubliceerd op 30-05-2018

Vraag

Ik verhuur sinds half oktober mijn appartement gelegen in het Brussels gewest aan een particulier zonder beroepsdoeleinden. Ik ben feitelijk samenwonend in Vlaanderen sinds oktober. Voordien woonde ik zelf in mijn Brussels appartement. Mijn vraag: kan ik het KI prorateren voor de belasting op huurinkomsten? En de woonbonus? Ik heb nog een lening lopen voor de aankoop van het appartement. Wat in welke vakken vermelden?

Antwoord

Uw appartement was tot 15 oktober 2017 de woning die u zelf betrok. U woonde in dat appartement in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Vanaf 16 oktober bent u verhuisd naar het Vlaamse gewest waar u nu feitelijk samenwoont met uw partner, in zijn of haar woning, naar ik aanneem. Op 1 januari van dit jaar woonde u dus in het Vlaamse Gewest. Dat gewest is nu fiscaal bevoegd; u vult in 2018 dus de Vlaamse belastingaangifte in, terwijl voordien nog het Brusselse Gewest bevoegd was.

U heeft buiten uw appartement geen andere woningen in eigendom. Uw appartement was dus tot en met 15 oktober uw eigen en enige woning en vanaf 16 oktober nog steeds uw enige woning maar niet langer uw eigen woning. Het ‘intrekken bij een nieuwe partner’ wordt immers door de fiscus niet aanvaard als een geldige sociale reden waarom u uw (verhuurde) appartement niet langer kunt betrekken.

Uw appartement kan zo vanaf 16 oktober niet meer worden beschouwd als uw fiscaal eigen woning. De leningsuitgaven die in het verleden altijd recht gaven op de Brusselse woonbonus, moet u daarom in uw aangifte van dit jaar (eenmalig) opsplitsen.

  • Voor de kapitaalaflossingen en intresten betaald tot en met 15 oktober (appartement was nog uw eigen woning), is het Vlaamse Gewest bevoegd en geniet u de Vlaamse woonbonus. Naargelang van de sluitingsdatum van de lening, moet u die leningsuitgaven invullen in vak IX van de Vlaamse aangifte: rubriek I.1 lening vanaf 2016 (maximumbedrag 2.280 euro), rubriek I.2.a lening in 2015 (maximumbedrag eveneens 2.280 euro) of rubriek I.2.b lening vóór 2015 (maximumbedrag 3.040 euro).
  • Voor de kapitaalaflossingen en intresten betaald vanaf 16 oktober (appartement is fiscaal niet meer uw eigen woning), is de federale overheid bevoegd. Voor die uitgaven geniet u de federale gewone intrestaftrek (intresten aan te geven in code 1146 van het federale luik van vak IX) en de belastingvermindering voor langetermijnsparen (kapitaalaflossingen aan te geven in code 1358 van datzelfde vak IX). Uw Brusselse woonbonus wordt dus even een Vlaamse woonbonus om dan vanaf de verhuring nog enkel recht te geven op de federale fiscale voordelen.

Vervelend is dat uw fiscaal leningsattest wellicht enkel jaarbedragen vermeldt. U moet de intresten en kapitaalaflossingen dus zelf opsplitsen in bedragen betaald vóór en vanaf 16 oktober. U kunt hiervoor eventueel een detailoverzicht van de betalingen vragen aan uw bank of instelling waar u de lening sloot.

Het kadastraal inkomen (KI) van uw appartement moet u inderdaad ‘prorateren’. Het KI moet worden opgesplitst, of beter beperkt. Tot en met 15 oktober was het appartement nog uw eigen woning en voor die periode moet u het KI niet aangeven. De eigen woning is immers vrijgesteld van personenbelasting. Maar vanaf 16 oktober is uw appartement niet langer de eigen woning en moet u het KI wel aangeven. U verhuurt uw appartement vanaf die datum aan particulieren die het niet voor hun beroep gebruiken. In dat geval moet het KI met betrekking tot de periode 16 oktober tot 31 december worden aangegeven in code 1106 van vak III van de aangifte. De ontvangen huur moet niet worden aangegeven, enkel het KI. U geeft dus 77/365ste van het totale KI van het appartement aan in code 1106 van vak III. De intresten die u heeft aangegeven in code 1146 van vak IX (betaald in de periode van verhuring) zullen hiervan worden afgetrokken zodat u minder (of zelfs geen) belasting betaalt op de huurinkomsten van uw appartement.

Jef Wellens

De redacteurs van Wolters Kluwer beantwoorden de vragen van De Standaard-lezers. Vraag en antwoord werden eerder gepubliceerd in De Standaard.

  240