Vrije beroepers krijgen meer mogelijkheden in het nieuwe vennootschapsrecht.

Gepubliceerd op 28-04-2020

Voor de invoering van het Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen (WVV) was de coöperatieve vennootschap een handige vennootschapsvorm voor de uitoefening van een vrij beroep. Nu liggen de kaarten voor vrije beroepers anders. Vrije beroepers kunnen sinds 1 mei 2019 geen CV meer oprichten.

De informatie in deze bijdrage komt uit ons tijdschrift ‘de Vennootschap’, nr. 2020/2.

CV alleen nog voor échte coöperatieve samenwerkingsverbanden

De coöperatieve vennootschap (CV) uit het Wetboek van vennootschappen (W.Venn.) is een zeer flexibele vennootschapsvorm en daarom aantrekkelijk voor professionele vennootschappen van vrije beroepers. Het belangrijkste voordeel was het variabel kapitaal waardoor de organisatie eenvoudig vennoten kon laten in- of uittreden.

In het WVV is de coöperatieve vennootschap met onbeperkte aansprakelijkheid (CVOA) verdwenen. Enkel de coöperatieve vennootschap met beperkte aansprakelijkheid (CVBA) blijft bestaan en wordt dus simpelweg de CV.

En deze vennootschapsvorm staat uitsluitend open voor échte coöperatieve samenwerkingsverbanden die voldoen aan de behoeften van de aandeelhouders en/of de ontwikkeling van hun economische en sociale activiteiten. De CV kan niet meer opgericht worden als het maatschappelijk doel beperkt is tot winst voor de aandeelhouders.

De BV is nu een rechtsvorm die voldoende soepel is om hetzelfde doel te bereiken als voorheen de CVBA.

Wat met mijn CV opgericht vóór mei 2019?

  150