Vennootschapsgeschillen onder het nieuwe WVV: beperkte bestuurdersaansprakelijkheid en verbeterde geschillenregeling

Reeks revolutie in het Belgisch vennootschapsrecht – Deel 4

Gepubliceerd op 31-10-2018

Binnen vennootschappen kan het wel eens stormen. Vennootschappen waar er nooit conflicten met of tussen bestuurders en/of aandeelhouders zijn, vormen eerder de uitzondering dan de regel. Dat hoeft helemaal niet negatief te zijn. Botsende standpunten kunnen leiden tot een blokkering, maar even goed tot een meer weloverwogen beslissing. De vraag is steeds hoe met een conflict wordt omgegaan.

Tools om met conflict om te gaan

Het vennootschapsrecht biedt een arsenaal aan tools waarop in het geval van een (sluimerend) conflict een beroep kan worden gedaan, al dan niet met rechterlijke tussenkomst. Het kan gaan van het bijeenroepen van een algemene vergadering, over de uitoefening van het inzage- en controlerecht, tot de gerechtelijke ontbinding. Het wetsontwerp van het nieuwe Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen, sleutelt aan heel wat van de bestaande actiemiddelen om de toepasbaarheid ervan te verbeteren. 

De aanpassingen bestaan deels uit kleinere ingrepen zoals wijzigingen van bepaalde toegangsdrempels en de codificatie van in de rechtspraak ontwikkelde principes, en deels uit een aantal heuse innovaties. We bespreken hierna de twee meest opvallende nieuwigheden.

Een beperking van de bestuurdersaansprakelijkheid

De zogenaamde cap op de aansprakelijkheid van bestuurders van rechtspersonen is ongetwijfeld één van de meest spraakmakende vernieuwingen van het WVV.

In functie van de gemiddelde omzet en het gemiddelde balanstotaal van de rechtspersoon over een periode van drie jaren, worden maximumgrenzen voor de mogelijke aansprakelijkheid van (leden van) het bestuursorgaan ingevoerd. Die grenzen, gaande van 250.000,00 euro tot 12 miljoen euro, gelden dan voor alle bestuurders samen, per feit of geheel van feiten dat aanleiding geeft tot aansprakelijkheid en ongeacht de ingeroepen rechtsgrond, het aantal eisers of het aantal vorderingen.

Bestuurders van rechtspersonen die onder het Belgisch vennootschapsrecht vallen, zullen genieten van een veralgemeende en verregaande vorm van wettelijke aansprakelijkheidsbeperking, die zowel vennootschapsintern als ten aanzien van derden zal spelen, ook ingeval van bijvoorbeeld faillissementsaansprakelijkheid.

Uiteraard gelden een aantal - al bij al beperkte - uitzonderingen, zoals ingeval van bedrieglijk opzet en de aansprakelijkheid voor achterstallige sociale zekerheidsbijdragen, bedrijfsvoorheffing en btw.

Een verdere (contractuele) beperking onder de wettelijke grenzen is niet toegestaan, evenmin als voorafgaande afspraken ter vrijwaring van eventuele aansprakelijkheid door de rechtspersoon of eventuele dochtervennootschappen (de zgn. hold harmless-bepalingen). Uiteraard kan nog wel kwijting aan een bestuurder worden verleend, wat een aansprakelijkheidsvordering vanuit de vennootschap in principe uitsluit. Voorts is het de rechtspersoon toegestaan een aansprakelijkheidsverzekering af te sluiten voor zijn bestuurders.

Dat laatste lijkt meteen ook de bedoeling te zijn van de wetgever, die het voorstel motiveert door o.m. te verwijzen naar een betere voorspelbaarheid en dus verzekerbaarheid van de bestuurdersrisico’s. De aansprakelijkheidsbeperking, uniek in zijn soort, zou ook helpen om topbestuurders aan te trekken en dus een factor kunnen zijn in de internationale ‘war on talent’.

De cap is controversieel en geeft aanleiding tot heel wat (fundamentele) vragen, o.m. in het licht van het gelijkheidsbeginsel. De toekomst zal moeten uitwijzen wat de gevolgen ervan zullen zijn en of hij de grondwettelijke toetsing zal doorstaan. Vast staat alleszins dat de laatste inkt over de cap nog niet is gevloeid.

traffic-lights-3688171_1280
Bij een geschil kan één van de vennoten uit de vennootschap treden

De geschillenregeling 2.0

Wanneer aandeelhouders binnen een BV (nu nog: BVBA) of een NV niet meer door eenzelfde deur kunnen, is de geschillenregeling vaak het laatste toevluchtsoord. Daarbij kan, onder bepaalde voorwaarden, een aandeelhouder uit de vennootschap treden of integendeel een andere aandeelhouder uitsluiten. Een vennootschapsrechtelijke scheiding als het ware. De kibbelende partijen gaan elk hun eigen weg, waarbij de waarde van de aandelen van de vertrekkende aandeelhouder door de rechter wordt bepaald en door de ‘blijver’ moet worden betaald.

Auteur: Geert De Buyzer

  313