Revolutie in het Belgisch vennootschapsrecht

Reeks revolutie in het Belgisch vennootschapsrecht – Deel 1

Gepubliceerd op 22-10-2018

In het Belgisch Centrum voor Vennootschapsrecht wordt al jaren gewerkt aan een hervorming van Belgische vennootschaps- en verenigingsrecht. Dit leidde onder impuls van minister Koen Geens tot een wetsontwerp voor een nieuw Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen (WVV) dat in juni werd ingediend in de Kamer. Na een kritisch advies van de Raad van State in september, werd dit ontwerp op 1 oktober 2018 opnieuw behandeld in de kamercommissie Handel. Ondanks de vele kritieken, wordt verwacht dat het parlement het wetboek op korte termijn zal goedkeuren, zodat het in de eerste helft van 2019 in werking kan treden.

Codificatie van bestaande regels voor verenigingen

Voor het verenigingsrecht betekent het WVV grotendeels een codificatie van bestaande regels. Daar is de belangrijkste innovatie dat vennootschappen en verenigingen duidelijker van elkaar worden afgebakend, maar tegelijk in één wetboek worden ondergebracht, zodat een aantal vennootschapsrechtelijke regels in het nieuwe recht ook voor verenigingen zullen gelden.

Revolutie voor vennootschappen

Voor het vennootschapsrecht impliceert het WVV een echte revolutie. Met het nieuwe wetboek gaat de wetgever voor meer eenvoud en meer flexibiliteit. Enkele opvallende nieuwigheden zijn: 

  • Een drastische vermindering van het aantal rechtsvormen totdat enkel de maatschap, de VOF, de CommV, de besloten vennootschap (BV), de coöperatieve vennootschap (CV) en de naamloze vennootschap (NV) nog overblijven als Belgische rechtsvorm.
  • Een besloten vennootschap als ‘light vehicule’ dat beperkte aansprakelijkheid biedt zonder een maatschappelijk kapitaal te hebben.
  • Een cap op de aansprakelijkheid van bestuurders, waardoor zij afhankelijk van de omzet van hun vennootschap slechts tot een bepaalde ‘cap’ aansprakelijk zijn.
  • Een (beperkte) versoepeling van de regels voor de NV, die in de toekomst bijvoorbeeld zullen kunnen bestaan met één aandeelhouder en zelfs één bestuurder.

 

checkmate-1511866_1280
Belgisch vennootschapsrecht moet weer concurrentieel worden

Belgisch vennootschapsrecht concurrentieel maken

Het nieuwe wetboek moet het Belgische vennootschapsrecht concurrentieel maken in een Europees vennootschapslandschap waar vennootschappen zich steeds meer over de grenzen heen bewegen. Of dit nieuwe vennootschapsrecht in die internationale context toepasselijk is, zou ook niet meer afhangen van de ‘werkelijke zetel’ van de vennootschap, maar van de vrije keuze van de aandeelhouders (die vrij de ‘statutaire zetel’ kunnen aanduiden). Zo hoopt de wetgever dat België een eerste stap kan zetten om het ‘Europese Delaware’ te worden.

Het nieuwe wetboek toegelicht

Dit nieuwe wetboek wordt toegelicht in een reeks van zes artikelen, geschreven door sprekers van de studiedag "Revolutie in het Belgisch Vennootschapsrecht" (georganiseerd door kantoor Schoups op 2 oktober 2018). Op basis van het wetsontwerp, staan zij stil bij de belangrijkste nieuwigheden voor de (resterende) Belgische vennootschapsvormen (besloten vennootschap, naamloze vennootschap en maatschap, VOF en CommV) en lichten zijn twee topics toe die relevant zijn voor meerdere van deze vennootschapsvormen (bestuurdersaansprakelijkheid en andere vennootschapsconflicten en ontbinding en vereffening).

Het lot van bestaande vennootschappen

Over de datum van inwerkingtreding van het nieuwe wetboek wordt nog gespeculeerd. In het wetsontwerp is er sprake van 1 januari 2019, maar de wetgever beseft dat die datum moeilijk wordt naarmate het jaar vordert. Vanaf de datum van inwerkingtreding, zou het nieuwe wetboek nochtans moeten worden toegepast op alle nieuwe vennootschappen. Een nieuwe vennootschap kan dan niet één van de vormen aannemen die door het nieuwe recht zullen worden afgeschaft.

Voor bestaande vennootschappen is er een overgangsregeling. Enkele bijzondere uitzonderingen buiten beschouwing gelaten, zijn er in die regeling twee mijlpalen, zowel voor vennootschappen die verdwijnen (bijvoorbeeld de Comm.VA, de ‘oneigenlijke’ CVBA, of het ESV) als voor vennootschappen waarvoor gewoon nieuwe regels gelden (bijvoorbeeld de BV).

  • In een interimperiode tot 1 januari 2020 hebben deze vennootschappen de handen vrij. Zij blijven onderworpen aan het Wetboek van Vennootschappen (W.Venn.) en moeten geen actie ondernemen. Wel mogen zij de overstap naar het nieuwe recht maken, door hun statuten vrijwillig aan te passen aan het nieuwe recht, of door om te vormen naar één van de vennootschapsvormen van het nieuwe Wetboek (opt-in). Ook een minder ingrijpende statutenwijziging (volledig binnen het kader van het W.Venn.) blijft mogelijk.
  • Vanaf 1 januari 2020 wordt het nieuwe Wetboek ook op bestaande vennootschappen van toepassing. Alle dwingende bepalingen van het WVV zijn dan ook van toepassing op deze vennootschappen waarvoor de statuten nog geschreven zijn aan de hand van het W.Venn. Bovendien moet de vennootschap vanaf dan bij elke statutenwijziging verplicht een volledige statutenwijziging doorvoeren. Zelfs als men enkel de naam van de vennootschap wil wijzigen, zullen de statuten volledig herzien moeten worden.
  • Het toepassen van de ‘nieuwe’ regels is problematisch voor vennootschappen die het nieuwe wetboek niet regelt (omdat ze onder het nieuwe recht verdwijnen). Hiervoor verwijst het wetsontwerp telkens door naar de regels van andere vennootschappen die het best aanleunen bij de verdwenen vorm. Zo moet een Comm.VA de regels van een NV met één bestuurder toepassen.
  • De uiteindelijke deadline voor de overstap naar het nieuwe recht is 1 januari 2024. Op dat moment moeten de statuten van alle al bestaande vennootschappen aangepast zijn aan het nieuwe recht. Voor de vennootschapsvormen die verdwijnen is dit ook de uiterlijke datum waarop ze moeten zijn omgezet in een vorm die wel behouden blijft.

Bestuurders die deze revolutie missen, brengen daarmee hun eigen aansprakelijkheid in het gedrang. Zowel ten aanzien van de vennootschap als ten aanzien van derden, is het bestuur persoonlijk en hoofdelijk aansprakelijk voor alle schade.

 

Let op: De wetgever heeft het WVV nog niet goedgekeurd en de datum van inwerkingtreding is nog onzeker. De auteurs baseren zich voor deze artikelenreeks op het wetsontwerp van 4 juni 2018. Hoewel het parlement nog sleutelt aan de teksten, blijven de hoofdlijnen van de hervorming allicht overeind.

 

Auteur: Gwen Bevers

  903