Na het vennootschapsrecht nu ook het boekhoudrecht in een nieuw kleedje

Gepubliceerd op 30-04-2019

Op de valreep, dat kunnen we wel zeggen wat het KB/WVV betreft. Op 1 mei wordt immers het nieuwe Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen van kracht. Het was dan ook halsreikend uitkijken naar het KB dat dit WVV uitvoert. Vandaag verscheen dan in de tweede editie van het Belgisch Staatsblad eindelijk het KB van 29 april 2019 tot uitvoering van het Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen.

Net als het WVV wijzigt de structuur van het wetsartikel en de structuur van het KB zelf uiteraard.

Structuur van het KB

De structuur van het KB ziet er nu als volgt uit :

Boek 1 bevat de openbaarmakingsverplichtingen voor rechtspersonen. Dit boek bestaat uit de bepalingen van Boek I uit het KB/W.Venn. en KB van 26 juni 2003 op de openbaarmaking van akten en stukken van VZW, van IVZW’s, van stichtingen en van organismen voor de financiering van pensioenen.

Boek 2 geeft uitvoering aan de artikel 2:104 en 2:134 WVV tot bepaling van de procedure die moet worden gevolgd voor de realisatie en consignatie van de activa die op het ogenblik van de sluiting van de vereffening van de rechtspersoon niet waren gekend. Dit boek herneemt hoofdzakelijk de artikelen 192 en 193 KB/W.Venn., alsook de artikelen 1 en 2 van het KB van 8 oktober 2004 tot uitvoering van artikel 19bis, derde lid, van de VZW-wet van 27 juni 1921.

Boek 3 beoogt de uitvoering van een aantal artikelen van het WVV die betrekking hebben op de jaarrekening van vennootschappen met rechtspersoonlijkheid, VZW's, IVZW's en stichtingen. De uitvoering van de jaarrekeningrechtelijke bepalingen voor vennootschappen zijn meestal geïnspireerd op het KB/W.Venn. Doordat de jaarrekeningrechtelijke bepalingen voor VZW's, IVZW's en stichtingen (voorheen opgenomen in de Wet van 27 juni 1921) nu zijn opgenomen in het WVV, worden ook de bepalingen tot uitvoering van de jaarrekeningrechtelijke verplichtingen voor VZW's, IVZW's en stichtingen in dit uitvoeringsbesluit bij het WVV ingesloten. Er is in een zo breed mogelijke gemeenschappelijke stam voorzien met daarin de bepalingen die gelden voor zowel de vennootschappen als voor de VZW's, IVZW' en stichtingen die een dubbele boekhouding voeren. Voor de VZW's, IVZW's en stichtingen met een vereenvoudigde boekhouding is een afzonderlijke titel voorbehouden.

Boek 4 herneemt de artikelen 184 tot 191 KB/W.Venn. en bevat de te volgen procedure bij de voordracht van kandidaten aan de ondernemingsraad voor de opdracht van commissaris of bedrijfsrevisor.

Boek 5 behelst de bepalingen rond de sociale balans. De sociale balans maakt geen verplicht deel uit van de toelichting bij de jaarrekening, maar wordt, op grond van artikel 3:12 WVV, als een afzonderlijk document bij de Nationale Bank neergelegd (tenzij vrijwillige opname in de jaarrekening). Dit boek 5 herneemt de uitvoeringsbepalingen m.b.t. de sociale balans (m.i.h.b. de art. 191/1 tot 191/4 KB/W.Venn.) en waarin de algemene principes en de inhoud van de sociale balans worden verduidelijkt.

Boek 6 geeft uitvoering aan de verplichting, voor de vennootschappen die actief zijn in bepaalde sectoren, om een verslag over de betalingen aan overheden en/of een geconsolideerd verslag over de betalingen aan overheden op te stellen (de zgn. country by country reporting), en herneemt de artikelen 191/5 tot 191/7 KB/W.Venn.

Boek 7 is een allegaartje uit bepalingen van verschillende KB’s waarvan de wettelijke grondslag voortaan in het WVV zit en die van toepassing zijn op de BV, de NV en, in voorkomend geval, de CV. Titel 1 inzake het uitkoopbod herneemt in hoofdzaak de artikelen 209 tot 219 KB/W.Venn, m.a.w. de modaliteiten van het aanbod tot uitkoop van effecten van minderheden in niet-genoteerde vennootschappen. Titel 2 inzake het elektronisch effectenregister richt zijn pijlen op de vereisten waaraan de elektronisch bijgehouden effectenregisters moeten voldoen.

Boek 8 bestaat uit de bepalingen van het KB/W.Venn. waarvan de wettelijke grondslag voortaan door het WVV wordt gevormd, en die van toepassing zijn op de naamloze vennootschappen, en op de genoteerde besloten vennootschappen in de zin van artikel 1:11 WVV.

Titel 1 herneemt de bepalingen inzake het openbaar karakter van het verzoek tot verlening van volmachten (art. 204 KB/W.Venn.; art. 8:1 KB/WVV).

Titel 2 herneemt de informatieverplichtingen die genoteerde vennootschappen en vennootschappen waarvan de effecten zijn toegelaten tot de verhandeling op een MTF moeten naleven bij verkrijging van eigen effecten (art. 205 tot 208 KB/W.Venn.; art. 8:2 tot 8:5 KB/WVV), en vult deze aan met de na te leven informatieverplichtingen voorzien in artikel 7:218, § 1, tweede lid WVV mbt de vervreemding van eigen effecten (art. 8:6 KB WVV) en met de vereisten inzake de gelijkwaardigheid van de prijs voorzien in artikel 7:218, § 2 WVV mbt de vervreemding van eigen effecten (art 8:7 KB/WVV).

beeld-concor
Gelukkig bevat het nieuwe KB ook een concordantietabel

Concordantietabel

Het nieuwe KB/W.Venn. bevat gelukkig ook een concordantietabel. Daarnaast zijn de formulieren m.b.t. de wijziging van inschrijving in het KBO en publicatie in Bijlagen tot het BS aangepast. Bijkomend zijn de schema’s van de balans en de resultatenrekening opgenomen (VOL en VKT, en MIC), ook voor de geconsolideerde jaarrekening. Voortaan vindt u ook de jaarrekeningen voor verenigingen en stichtingen, evenals voor deze die een vereenvoudigde boekhouding voeren.

Inwerkingtreding

De inwerkingtreding van het KB/WVV volgt de inwerkingtreding van het WVV. Bijgevolg is het dit KB al van toepassing op nieuwe rechtspersonen vanaf 1 mei 2019. Op bestaande rechtspersonen is het KB van toepassing vanaf 1 januari 2020, tenzij zij voor de opt-inregeling hebben gekozen om de toepassing van het WVV voor 1 januari 2020 in te voeren. Dit KB moet bij bestaande vennootschappen worden toegepast voor de jaarrekeningen die betrekking hebben op de boekjaren met een afsluitingsdatum vanaf 1 januari 2020, tenzij de betrokken vennootschap vóór die datum vrijwillig haar statuten heeft aangepast aan het nieuwe WVV. De afsluitingsdatum van het boekjaar is bijgevolg bepalend.

Ingevolge de wet tot wijziging van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen met betrekking tot de giften en de jaarrekeningen van verenigingen en stichtingen en tot wijziging van artikel 3bis, § 2, tweede lid, van de wet van 2 april 1962 betreffende de Federale Participatie- en Investeringsmaatschappij en de gewestelijke investeringsmaatschappijen wat betreft de onafhankelijke bestuurders (nog niet verschenen in BS), moeten verenigingen en stichtingen vanaf 1 januari 2021 een lijst van giften neerleggen bij de Nationale Bank van België. De NBB mag van deze stukken wel geen kopie ter beschikking stellen op haar website, noch een kopie op aanvraag uitreiken. De uitvoeringsbepalingen treden op dezelfde dag in werking als voornoemde wet.

Werk aan de winkel ! Binnenkort meer informatie in monKEY. Nu al meer weten? kijk dan zeker op de topic pagina over de hervorming van het vennootschapsrecht.

  1006