Maatschap: nieuwe wijn in oude zakken

Reeks revolutie in het Belgisch vennootschapsrecht – Deel 6

Gepubliceerd op 07-11-2018

2019 brengt België een grondige hertekening van het vennootschapsrecht met de introductie van een nieuw Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen (WVV). De auteurs van dit nieuwe wetboek hadden verschillende ambities voor het Belgische vennootschapsrecht. Twee daarvan waren de vereenvoudiging van het vennootschapsrecht en de flexibilisering van verschillende vennootschapsvormen. De nieuwe maatschap illustreert dat treffend.

Oude zakken

In het huidige recht bestaan er veel vennootschapsvormen die in de literatuur verzameld worden onder de noemer ‘personenvennootschappen’ en met als grootste gemene deler dat minstens een vennoot in die vennootschappen onbeperkt aansprakelijk is voor de vennootschapsschulden. Die onbeperkte aansprakelijkheid typeert:

  • Zowel een aantal vennootschappen zonder rechtspersoonlijkheid: de maatschap, de stille handelsvennootschap en de tijdelijke handelsvennootschap.
  • Als een aantal vennootschappen met rechtspersoonlijkheid: de vennootschap onder firma (V.O.F.), het economisch samenwerkingsverband (ESV), de landbouwvennootschap (LV) en de commanditaire vennootschap (Comm.V.), maar ook de coöperatieve vennootschap met onbeperkte aansprakelijkheid (CVOA).

Een belangrijke wijziging die los staat van het WVV, is de afschaffing van het onderscheid tussen handelaars en niet-handelaars in het insolventie- en ondernemingsrecht. Die laatste hervorming luidde tegelijk het einde in van het verschil tussen handelsvennootschappen en burgerlijke vennootschappen en maakt dat stille en tijdelijke handelsvennootschappen sinds 1 november stille of tijdelijke vennootschappen zonder meer zijn. Dit was pas stap één van de vereenvoudiging.

 

less-is-more-791109_1280
Er blijven minder vennootschapsvormen over

Om het aantal vennootschapsvormen verder terug te dringen, komen veel vennootschapsvormen niet meer terug in het WVV. Omdat vennoten in een maatschap perfect kunnen overeenkomen dat de vennootschap tijdelijk is, of dat het vennootschapscontract niet kenbaar wordt gemaakt aan derden, blijft alleen de maatschap over als vorm zonder rechtspersoonlijkheid.

De vormen met rechtspersoonlijkheid moeten terugvallen op twee ‘basisvormen’ al naargelang er vennoten zijn die beperkt aansprakelijk zijn, of er enkel onbeperkt aansprakelijke vennoten zijn. Dit zijn respectievelijk de nieuwe CommV en VOF, onderscheiden van hun oude naamgenoten in hun schrijfwijze (zonder puntjes). De overige vormen worden afgeschaft:

  • Over het ESV oordeelde men dat er dermate weinig verschillen waren met een VOF dat deze vorm niet afzonderlijk moest blijven bestaan.
  • Ook de mogelijkheid van vennoten om toe- of uit te treden in een CVOA, was onvoldoende fundamenteel om een volledig afzonderlijke rechtsvorm te behouden tussen de VOF en CV.
  • De landbouwvennootschap heeft nog wel een zeker nut (vnl. in het kader van de pachtwet), maar werd vennootschapsrechtelijk gedefinieerd als een vorm waarin ofwel alle, ofwel een deel van de vennoten onbeperkt aansprakelijk zijn. Ook deze landbouwvennootschappen verliezen hun afzonderlijke vorm en bestaan in de toekomst respectievelijk als een VOF of CommV. Om te genieten van de voordelen die landbouwvennootschappen nu krijgen onder de pachtwet, wordt een ministeriële erkenning als "landbouwonderneming" mogelijk, met als opmerkelijke afkortingen VOFLO of CommVLO.

Nieuwe wijn

De interessante keerzijde van het afschaffen van deze vennootschapsvormen, is de toegenomen flexibiliteit van de maatschap. Hetzelfde geldt voor de VOF en CommV, die zijn opgevat als een maatschap met een "supplement rechtspersoonlijkheid". Die flexibiliteit uit zich bijvoorbeeld:

  • In de samenstelling van de maatschap: Nu niet alleen de praktijk van voortzettings- en verblijvingsbedingen wordt ingeschreven in het wetboek, maar het ook de mogelijkheid wordt bevestigd om contractueel te bepalen (i) dat vennoten hun aandeel in de maatschap kunnen overdragen, (ii) dat vennoten zich kunnen terugtrekken uit de maatschap, of (iii) dat vennoten hun deelneming eenzijdig kunnen beëindigen met een opzegging.
  • In de besluitvorming van de maatschap: Waar het (contractueel) mogelijk wordt om een algemene vergadering te installeren, die zelfs beslissingen kan nemen over een wijziging van het vennootschapscontract (doch zonder te raken aan het essentiële voorwerp van de vennootschap).
  • In de vertegenwoordiging van de maatschap: Die als default toekomt aan de gezamenlijke vennoten, maar die ook nog steeds kan worden overgelaten aan een zaakvoerder. Daarbij blijft het mogelijk om beperkingen te stellen aan de bevoegdheid van de zaakvoerder en die beperkingen zijn ook tegenwerpelijk aan derden.

De prijs voor deze flexibiliteit is dat alle vennoten hoofdelijk aansprakelijk zijn voor schulden van de vennootschap (uitgezonderd de commanditaire vennoten in de CommV en stille vennoten in een maatschap). Schuldeisers van een maatschap kunnen niet alleen verhaal nemen op het vermogen van de vennootschap (hetzij het vermogen van een VOF of CommV; hetzij het onverdeelde vermogen van vennoten van een maatschap), zij kunnen ook rechtstreeks de vennoten aanspreken.

Ook de voorwaarden om als een schuldeiser van de maatschap te worden beschouwd zijn verruimd. Het huidige ontwerp suggereert dat vennoten niet enkel aansprakelijk zijn tegenover schuldeisers die met de maatschap hebben gecontracteerd, maar ruimer tegenover hen "wier schuldvordering voortvloeit uit de activiteit van de vennootschap".

 

 

Let op: De wetgever heeft het WVV nog niet goedgekeurd en de datum van inwerkingtreding is nog onzeker. De auteurs baseren zich voor deze artikelenreeks op het wetsontwerp van 4 juni 2018. Hoewel het parlement nog sleutelt aan de teksten, blijven de hoofdlijnen van de hervorming allicht overeind.

  125