Inwerkingtreding van het nieuwe vennootschapsrecht is een kluwen

Gepubliceerd op 19-09-2019

Het nieuwe Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen (WVV) is officieel in werking getreden op 1 mei 2019. Vanaf die dag is het WVV van toepassing op alle vennootschappen die op of na 1 mei 2019 zijn opgericht. Gelet op de belangrijke wijzigingen die het WVV invoert -waaronder de afschaffing van bestaande vennootschapsvormen en de introductie van de ‘kapitaalloze’ BV ter vervanging van de BVBA- heeft de wetgever wel een overgangsperiode ingebouwd. Zo kunnen vennootschappen die al bestonden op 1 mei 2019, zich tijdig aan de nieuwe wetgeving aanpassen.

Linda Brosens, Wim Vande Velde en Véronique Van Eessel gaan in Fiscale Actualiteit 2019/29 en op monKEY in op de vraag hoe de overgangsregeling precies in elkaar zit en wat dat in de praktijk betekent.

blurred-background-cellphone-coffee-842554

In beginsel krijgen bestaande vennootschappen tot 1 januari 2024 de tijd om hun statuten aan het nieuwe WVV aan te passen. Het niet naleven van die verplichting zal leiden tot bestuurdersaansprakelijkheid voor de daardoor veroorzaakte schade, maar heeft geen verdere gevolgen. De dwingende bepalingen, en de aanvullende bepalingen waarvan niet statutair wordt afgeweken, zijn immers al van toepassing vanaf 1 januari 2020.

Tijdens de periode tussen 1 januari 2020 en 1 januari 2024 zullen vennootschappen hun statuten moeten aanpassen aan het nieuwe WVV naar aanleiding van de eerstvolgende statutenwijziging na 1 januari 2020 (bv. een kapitaalverhoging of kapitaalvermindering).

De gefaseerde inwerkingtreding valt zeker toe te juichen. Het onderscheid tussen ‘dwingende’ en ‘aanvullende’ bepalingen is echter niet altijd duidelijk en dreigt dan weer tot rechtsonzekerheid te leiden vermits de dwingende bepalingen al van toepassing zijn vanaf 1 januari 2020.

Op zoek naar meer informatie over het nieuwe Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen?

Kristof MARESCEAU heeft zijn eerste analyse van de nieuwe vennootschapswet klaar. Zijn boek is verschenen in de reeks ‘Nieuwe Wetgeving Parlementaire Voorbereidingen’ en maakt de lezer wegwijs in de structuur van het nieuwe wetboek, de inwerkingtreding en het overgangsregime voor bestaande, nieuwe en afgeschafte vennootschapsvormen. Zijn commentaar wordt aangevuld met het volledige wetboek en de relevante uitvoeringsbepalingen, inclusief de concordantietabel.

De nieuwe vennootschapswet

Een eerste commentaar

 

 

  582