De ontbinding en vereffening in een wat losser kleedje

Reeks revolutie in het Belgisch vennootschapsrecht – Deel 5

Gepubliceerd op 05-11-2018

De regels inzake de ontbinding en vereffening van vennootschappen werden de laatste jaren al herhaaldelijk gewijzigd. In het wetsontwerp van het nieuwe WVV is dit niet anders. De wetgever heeft voor deze materie opnieuw een aantal hervormingen in petto, voornamelijk op het stuk van de vereffening. De voorgestelde wijzigingen zijn geïnspireerd op de krachtlijnen van vereenvoudiging en flexibilisering die de ganse hervorming kenmerken.

Hierna worden de belangrijkste wijzigingen voor wat betreft vennootschappen met rechtspersoonlijkheid toegelicht. De vennootschappen zonder rechtspersoonlijkheid zijn aan specifieke regels onderworpen die buiten het bestek van deze bijdrage vallen.

Ontbinding

De ontbinding is het moment dat de invereffeningstelling van de vennootschap inluidt. Ingevolge de ontbinding moet het vermogen van de ontbonden vennootschap worden vereffend. De rechtspersoon bestaat enkel met dit doel verder. Na afsluiting van de vereffening verliest de vennootschap haar rechtspersoonlijkheid en verdwijnt ze definitief uit het rechtsverkeer. 

Er bestaan verschillende wijzen van ontbinding:

  • Vrijwillig door een besluit van de algemene vergadering/vennoten.
  • Van rechtswege ingevolge het intreden van een bepaald feit of gebeurtenis, (bv. het verstrijken van de duur waarvoor de vennootschap werd aangegaan.
  • Uitgesproken door de rechtbank (gerechtelijk).

Hieraan worden geen fundamentele aanpassingen doorgevoerd. De bestaande ontbindingswijzen zullen m.a.w. in de toekomst van toepassing blijven.

Vermeldenswaardig is wel dat de wetgever de gerechtelijke ontbinding van de zgn. niet-actieve vennootschappen nog bij wet van 17 mei 2017 heeft gewijzigd. De meest in het oog springende wijziging is dat een vennootschap voortaan al gerechtelijk kan worden ontbonden indien zij haar jaarrekening niet binnen een termijn van zeven maanden na afsluiting van het boekjaar heeft neergelegd. Voorheen bedroeg deze termijn nog drie jaar en zeven maanden. Daarnaast wordt het verloop van de procedure meer uitgebreid geregeld, waarbij een prominente rol voor de kamers voor ondernemingen in moeilijkheden (voorheen: de kamers voor handelsonderzoek) is weggelegd. Deze recente wetswijzigingen werden mee overgenomen in het wetsontwerp van het nieuwe WVV.

 

Vereffening

De vereffeningsprocedure wordt wel op een aantal vlakken ingrijpend hervormd. De volgende drie wijzigingen zijn daarbij in het bijzonder het vermelden waard.

money-2696228_1280
Een batige vereffening wordt makkelijker

Ten eerste wordt de vereffeningsprocedure voor niet-deficitaire (of batige) vereffeningen versoepeld. Dit zijn de vereffeningen, waarbij er voldoende actief voorhanden is om de schuldeisers van de vennootschap volledig terug te betalen. Het huidig recht maakt geen onderscheid al naargelang het gaat om een batige dan wel een deficitaire vereffening. Voor alle vereffeningen moet dezelfde procedure worden toegepast. Deze procedure is tamelijk omslachtig, aangezien zij voorziet in een dubbele rechterlijke controle.

Deze dubbele rechterlijke controle is in de toekomst niet langer vereist voor batige vereffeningen. Het risico dat de schuldeisers worden benadeeld is in dergelijk geval veel beperkter. Per hypothese worden zij immers volledig terugbetaald. Concreet betekent dit dus dat de aanstelling van een vereffenaar ingeval van een batige vereffening niet langer moet worden bevestigd door de rechtbank en dat het door de vereffenaar opgemaakte plan van verdeling van de activa niet langer moet worden goedgekeurd door de rechtbank.

Daarnaast stelt de wetgever een aantal wijzigingen voor i.v.m. de zgn. ééndagsprocedure. Via deze procedure is het mogelijk om in één akte te beslissen over de ontbinding van de vennootschap met onmiddellijke afsluiting van de vereffening. De ééndagsprocedure wordt in de praktijk veelvuldig gebruikt, aangezien zij een snel en goedkoop alternatief vormt voor de omslachtige ‘gewone’ vereffeningsprocedure die anders moet worden toegepast. Denk aan een vrije beroepsbeoefenaar die activiteiten gevoerd via een BV ov BVBA stopzet bij pensionering.

De voorgestelde wijzigingen hebben als doel om een aantal bestaande onduidelijkheden inzake ééndagsprocedure op te lossen en het toepassingsgebied ervan te verbreden. Zo wordt het in de toekomst mogelijk om ook van de ééndagsprocedure gebruik te maken wanneer er nog derden (schuldeisers) zijn wiens schuldvordering nog niet werd voldaan, op voorwaarde dat zij hiermee schriftelijk instemmen. Denk aan verbonden vennootschappen binnen dezelfde groep. Daarnaast zal slechts een aanwezigheidsquorum van de helft van de aandeelhouders vereist zijn om te stemmen over de toepassing van de ééndagsprocedure. Momenteel geldt een aanwezigheidsquorum van 100 %. Om te vermijden dat de rechten van bepaalde aandeelhouders die tevens schuldeiser zijn van de vennootschap hierdoor in het gedrang zouden komen, wordt tegelijkertijd voorzien dat de voorafgaandelijke instemming van onbetaalde derden tevens geldt voor onbetaalde aandeelhouders. Ten slotte wordt nog verduidelijkt dat wanneer een VOF of een Comm.V. de ééndagsprocedure wensen toe te passen, zij een gecontroleerde staat van activa en passiva moeten opstellen. Dit om te kunnen nagaan of de toepassingsvoorwaarden van de ééndagsprocedure zijn vervuld.

Ten derde reikt het wetsontwerp oplossingen aan voor een aantal onduidelijkheden die momenteel bestaan i.v.m. de sluiting van de vereffening. Zo voorziet het wetsontwerp uitdrukkelijk dat de activa die op het ogenblik van de sluiting van de vereffening over het hoofd werden gezien, van rechtswege in onverdeeldheid toebehoren aan de aandeelhouders. Omgekeerd zullen de aandeelhouders in de toekomst ten belope van het ontvangen netto-actief aansprakelijk kunnen worden gesteld voor de onbetaalde vennootschapsschulden waarvoor evenmin een voldoende bedrag werd geconsigneerd. Voorwaarde is wel dat de aandeelhouders op het ogenblik van de sluiting van de vereffening kennis hadden of behoorden te hebben van het bestaan van deze schulden. Deze vereist van (subjectieve resp. objectieve) kwade trouw geldt niet bij de ééndagsprocedure. De verhoogde aansprakelijkheid is de prijs die de aandeelhouders dan moeten betalen voor het gebruik van een versnelde procedure met minder waarborgen voor de schuldeisers. Een laatste verduidelijking betreft de heropening van de vereffening, hetgeen onder het huidig recht niet mogelijk is. In de toekomst wordt dit wel mogelijk, indien het gaat om een deficitair afgesloten vereffening en nadien blijkt dat bepaalde activa werden vergeten. In deze specifieke situatie kunnen onbetaalde schuldeisers de heropening van de vereffening aan de rechtbank vragen om het vergeten actief te laten verdelen door de vereffenaar.

Ten slotte bevat het wetsontwerp ook nog een heel aantal technische aanpassingen inzake de vereffeningsprocedure, o.m. op het vlak van de bevoegdheden van de vereffenaar, de werking van een college van vereffenaars, de regeling inzake belangenconflicten enz. Deze technische aanpassingen vallen buiten het bestek van deze bijdrage.

 

Let op: De wetgever heeft het WVV nog niet goedgekeurd en de datum van inwerkingtreding is nog onzeker. De auteurs baseren zich voor deze artikelenreeks op het wetsontwerp van 4 juni 2018. Hoewel het parlement nog sleutelt aan de teksten, blijven de hoofdlijnen van de hervorming allicht overeind.

Auteur: Dave Mertens

Auteur: Joost Bats

  231