De NV ‘nieuwe stijl’

Reeks revolutie in het Belgisch vennootschapsrecht – Deel 2

Gepubliceerd op 24-10-2018

De grondige vernieuwing van het vennootschapsrecht en het aankomende Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen (WVV) treden mogelijk al de eerste helft van 2019 in werking. In dit tweede deel uit de reeks ‘Revolutie in het Belgisch vennootschapsrecht’ gaan we kort in op enkele vernieuwingen wat betreft de naamloze vennootschap. We kunnen hier alvast meegeven dat het concept ‘kapitaal’ en de minimumkapitaalvereiste van 61.500 euro behouden blijven. Het uitgangspunt van de wetgever is dat de NV voornamelijk zal worden aangewend voor bepaalde grote vennootschappen en de genoteerde vennootschappen, met andere woorden structuren waar veel kapitaal moet worden samengebracht.

De belangrijkste aanpassing voor de naamloze vennootschap situeert zich op het vlak van het bestuur van de vennootschap. Andere meldenswaardige wijzigingen zijn bijvoorbeeld (i) de mogelijkheid van een meervoudig stemrecht voor de aandeelhouders, (ii) de eenhoofdigheid van de NV, (iii) het versoepelen van de regeling i.v.m. interimdividenden en inkoop eigen aandelen, en (iv) een aantal meer technische aanpassingen.

Bestuur van de vennootschap

Binnen een NV bestaan onder het WVV drie mogelijkheden om het bestuur vorm te geven:

  1. Monistisch bestuur: Hierbij wordt de vennootschap bestuurd door een raad van bestuur die adviserende comités kan oprichten. Dit is de regeling die we op vandaag kennen (zij het met afschaffing van het directiecomité).
  2. Enige bestuurder: Onder deze vorm wordt de NV bestuurd door één enkele bestuurder, die een rechtspersoon of een natuurlijke persoon kan zijn. Deze bestuurder heeft alleen alle bevoegdheden, is (indien gewenst) onbeperkt aansprakelijk, kan vetorechten hebben op belangrijke beslissingen (bv. statutenwijzigingen of winstuitkeringen) en kan zelfs quasi onafzetbaar worden gemaakt. De wetgever vond het noodzakelijk om deze enige bestuurder te creëren op het niveau van de NV aangezien dit concept op vandaag reeds bestaat (en in bijvoorbeeld successieplanningsstructuren vaak wordt toegepast) binnen de commanditaire vennootschap op aandelen (de Comm.VA). Deze Comm.VA wordt door het WVV afgeschaft en de bestaande Comm.VA's worden ingekanteld in de nieuwe NV-structuur.
  3. Duaal bestuur: Bij dit type wordt het bestuur verdeeld over twee organen: de Raad van Toezicht en de Directieraad (niet te verwarren met het directiecomité dat we vandaag in sommige NV's kennen). Beide organen hebben eigen afgebakende exclusieve bevoegdheden en moeten elk minstens drie leden hebben (waarbij een lid van het ene orgaan geen lid van het andere orgaan kan zijn). De Raad van Toezicht is bevoegd voor het algemeen beleid en de strategie van de vennootschap, voor het toezicht op de Directieraad en voor de andere bevoegdheden die specifiek worden toegekend door het WVV (bijvoorbeeld bijeenroepen algemene aandeelhoudersvergadering en het opstellen van bijzondere bestuursverslagen). De Directieraad krijgt de residuaire bestuursbevoegdheden: dit houdt in dat alle bestuursbevoegdheden die niet uitdrukkelijk aan de Raad van Toezicht worden voorbehouden aan de Directieraad toekomen (inclusief de algemene vertegenwoordigingsbevoegdheid).

Dit type bestuur is optioneel. Het monistisch systeem blijft de default optie (lees: indien men werkt met meerdere bestuurders en niet uitdrukkelijk voorziet in een duaal systeem, wordt men geacht te hebben gekozen voor een monistische structuur).

Tot slot: de ad-nutum-herroepbaarheid van het bestuursmandaat (waarbij een bestuurder op elk ogenblik, zonder vergoeding of opzegtermijn door de aandeelhouders kan worden ontslagen) wordt vandaag door het Hof van Cassatie beschouwd als een regel van openbare orde waarvan dus niet kan worden afgeweken. Onder het WVV wordt dit principe een regel van aanvullend recht. Gevolg is dat in de statuten vooraf kan worden opgenomen dat bij de beëindiging van een bestuurdersmandaat wel in een opzeggingstermijn of vertrekvergoeding moet worden voorzien.

 

stemmen
Het WVV introduceert aandelen met meervoudig stemrecht

Meervoudig stemrecht

De regel "1 aandeel = 1 stem" wordt van aanvullend recht. Dit betekent dat hier van kan worden afgeweken. Concreet kunnen onder het WVV binnen een NV dus aandelen met een meervoudig stemrecht (dubbel, triple) en aandelen zonder stemrecht (zonder de op vandaag gekende beperkingen zoals maximaal 1/3, toekennen preferent dividend) worden geïntroduceerd. De ondergrens is dat er steeds 1 aandeel met stemrecht moet bestaan.

 

Voor genoteerde vennootschappen hanteert het WVV een meer voorzichtige aanpak en wordt voorgesteld dat aan trouwe aandeelhouders (die hun volstorte aandelen ononderbroken gedurende twee jaren hebben aangehouden) een dubbel stemrecht kan worden toegekend.

 

Eenhoofdigheid

De bestaande tweehoofdigheid (met name het principe dat een NV minstens twee aandeelhouders moet hebben) wordt afgeschaft. Een NV kan dus door een enkele persoon worden opgericht of een enkele aandeelhouder hebben. De gekende en storende praktijk waarbij op vandaag telkens een aandeel moet worden ‘verhangen’ naar bijvoorbeeld een groepsvennootschap kan dus verdwijnen.

Interimdividenden

Op vandaag kan (mits toelating in de statuten) het bestuursorgaan enkel een interimdividend toekennen tijdens de laatste zes maanden van het boekjaar, mits het respecteren van een drie-maanden termijn tussen elk interimdividend en enkel gebaseerd op de winsten van het lopende boekjaar. Het WVV schaft de bestaande termijnen af. Het toekennen van een interimdividend zal dus tijdens het hele boekjaar mogelijk zijn en met een zelf te kiezen frequentie. Ook voorziet het WVV dat niet enkel de winsten van het lopende boekjaar maar ook de winsten van het vorige boekjaar (tot goedkeuring van de jaarrekening over het vorige boekjaar) kunnen worden gebruikt voor de uitkering van een interimdividend.

Inkoop eigen aandelen

Het bestaande ‘plafond’ waaronder de NV maximaal 20 % van haar eigen aandelen mag inkopen, verdwijnt in het WVV. Ook wordt de bijzondere meerderheid die de beslissing moet goedkeuren verlaagd van 80 % naar 75 %. De regel dat de NV moet beschikken over voldoende uitkeerbare middelen vooraleer te kunnen overgaan tot een inkoop van eigen blijft wel overeind.

Enkele technische aanpassingen

Als ‘uitsmijter’ geven we graag nog volgende aanpassingen mee (die van een meer technische aard zijn):

  • Financieel plan: Net zoals bij de BV worden ook binnen de NV de regels over het financieel plan (dat door de oprichters moet worden opgesteld) aangescherpt. Het WVV voorziet namelijk in een oplijsting van items die als minimuminhoud in het plan moeten worden opgenomen. De bijstand door een externe expert/cijferberoepenaar wordt niet verplicht gemaakt maar de verwachting is wel dat door de opgelegde minimuminhoud (die onder meer een projectie van bepaalde financiële gegevens bevat) er in de praktijk meer en meer een beroep zal worden gedaan op een expert. Indien dit het geval is, moet de naam van de expert overigens uitdrukkelijk mee in het financieel plan worden opgenomen.
  • Schriftelijke bestuursbesluiten: Onder de bestaande praktijk wordt vaak gebruik gemaakt van eenparige aandeelhoudersbesluiten, maar slechts zeer zelden van eenparige bestuursbesluiten. Reden is de hoge drempel die het bestaande vennootschapsrecht oplegt om bestuursbesluiten te mogen gebruiken. Deze drempel wordt onder het WVV afgeschaft waardoor eenparige bestuursbesluiten steeds zullen kunnen worden gebruikt behalve als ze niet toegelaten zijn door de statuten van de NV.
  • Uitgifte nieuwe aandelen: Op vandaag moet de Raad van Bestuur enkel een bijzonder verslag opstellen (artikel 582 W. Venn.) indien de nieuwe aandelen worden uitgegeven beneden fractiewaarde. Het WVV zal de regel introduceren dat het bijzonder verslag bij elke uitgifte vereist is, ongeacht of deze beneden, aan of boven fractiewaarde plaatsvindt.
  • Inbreng in natura: De regeling blijft behouden maar de volgorde van de verschillende verslagen wordt licht aangepast. De nieuwe chronologie in het kader van het WVV is dat de oprichter of het bestuursorgaan eerst een verslag opstelt en dit in ontwerp overmaakt aan de revisor of commissaris. Vervolgens zal deze zijn verslag afleveren en zal als laatste handeling de oprichter of het bestuursorgaan zijn verslag op deze basis finaliseren. De regeling i.v.m. quasi-inbreng in de NV blijft behouden waar deze binnen de BV wordt afgeschaft. Het verbod op inbreng van arbeid/nijverheid blijft overeind binnen de NV en wordt in de BV mogelijk onder het nieuwe recht.
  • Kruisparticipaties: De bestaande regeling/beperking in verband met kruisparticipaties verdwijnt in het WVV

Let wel: bovenstaande overzicht is niet volledig en is louter een selectie van enkele van de meer in het oog springende wijzigingen die onder het nieuwe recht worden voorgesteld.

 

Let op: De wetgever heeft het WVV nog niet goedgekeurd en de datum van inwerkingtreding is nog onzeker. De auteurs baseren zich voor deze artikelenreeks op het wetsontwerp van 4 juni 2018. Hoewel het parlement nog sleutelt aan de teksten, blijven de hoofdlijnen van de hervorming allicht overeind.

 

Auteur: Gwen Bevers

  317