Vier vragen die u zich moet stellen over het neerleggen van de jaarrekening van uw vennootschap

Gepubliceerd op 05-11-2020

Elk jaar worden bijna 450.000 jaarrekeningen neergelegd bij de Balanscentrale van de NBB. Het correct opstellen en tijdig neerleggen van de jaarrekening is voor vele bestuursorganen één van de belangrijkste verplichtingen. Welke recente wetswijzigingen zijn van toepassing op de jaarrekening en welke concrete gevolgen hebben ze voor uw vennootschap? Micro-, verkort of volledig model, hoe maakt u de juiste keuze? Expert Tom Vandendungen, accountant en belastingconsulent bij Deloitte Private, beantwoordt de meest gestelde vragen.

Waarom is het voor een vennootschap zo belangrijk om de jaarrekening correct op te stellen en tijdig neer te leggen?

Het correct opstellen en tijdig neerleggen van de jaarrekening is voor het bestuursorgaan van een vennootschap één van de belangrijkste jaarlijkse verplichtingen. Op het bestuursorgaan rust namelijk een hoofdelijke aansprakelijkheid voor alle schade die het gevolg is van een overtreding van de bepalingen van het Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen (WVV) of van de statuten van de vennootschap.

Elke belanghebbende kan een vordering instellen voor de ontbinding van een vennootschap indien deze haar verplichting om haar jaarrekening tijdig neer te leggen niet is nagekomen. Dit kan al vanaf het verstrijken van een termijn van zeven maanden te rekenen vanaf de datum van afsluiting van het boekjaar.

Ook burgerrechtelijk rust er een persoonlijke hoofdelijke aansprakelijkheid op de leden het bestuursorgaan voor het tijdig voorleggen én neerleggen van de jaarrekening binnen de wettelijke termijnen.

Welke recente wetswijzigingen zijn van toepassing op de jaarrekening en welke concrete gevolgen hebben ze voor de vennootschappen?

De voorbije jaren hebben we enkele wetswijzigingen gekend die een grote invloed hebben gehad op de Belgische jaarrekening. Denken we bijvoorbeeld aan de Europese richtlijn 2013/34/EU en het nieuw Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen (WVV). Beide wetswijzigingen hebben ervoor gezorgd dat er telkens nieuwe modellen van de jaarrekening werden ingevoerd.

Bij de omzetting van de Europese richtlijn 2013/34/EU naar Belgisch recht kregen we de intrede van de microvennootschap en werden de uitzonderlijke kosten en opbrengsten vervangen door enerzijds niet-recurrente bedrijfskosten/-opbrengsten en anderzijds niet-recurrente financiële kosten/opbrengsten.

Met de invoering van het WVV in 2019 kenden we één van de meest ingrijpende wijzigingen van de voorbije jaren die ook een grote impact heeft op de Belgische jaarrekening. Voor het eerst hebben we in België zowel kapitaalvennootschappen als kapitaalloze vennootschappen waardoor we ook maar liefst zes verschillende modellen van de jaarrekening kennen.

Moet ik het oude model volgens het W.Venn. gebruiken of het nieuwe model volgens het WVV?

De laatste nieuwe modellen van de jaarrekening moeten gebruikt worden voor de boekjaren waarvan de vennootschap op balansdatum onderworpen is aan het WVV. Onder andere de naamloze vennootschap (NV) en de besloten vennootschap (BV) zijn vanaf 1 januari 2020 onderworpen aan het WVV waardoor de boekjaren die een afsluitdatum kennen ná 31 december 2019 sowieso de laatste nieuwe modellen moeten gebruiken. Voor de NV gebruiken we de modellen voor kapitaalvennootschappen en voor de BV de modellen voor de kapitaalloze vennootschappen.

Vennootschappen die geopteerd hebben om vóór 1 januari 2020 nog een statutenwijziging door te voeren om zich vrijwillig vroeger in overeenstemming te brengen met het WVV (“opt-in”) moeten de nieuwe modellen gebruiken vanaf de boekjaren waarvan de balansdatum valt ná de publicatiedatum in het Belgisch Staatsblad van de statutenwijziging. Vennootschappen die opgericht zijn vanaf 1 mei 2019 zijn vanaf de oprichting onderworpen aan het WVV waardoor ze onmiddellijk de nieuwe modellen van de jaarrekening moeten gebruiken.

Micro-, verkort of volledig model, hoe maak ik de juiste keuze?

Naast de analyse wanneer de vennootschap onderworpen is aan het WVV is het eens zo belangrijk dat er een grondige analyse wordt gedaan naar de grootte van de vennootschap. Maar vooraleer we de grootte van de vennootschap kunnen bepalen, moeten we eerst een antwoord vinden op de vraag: “Met welke vennootschappen is vennootschap X verbonden?”.

Moedervennootschappen, dochtervennootschappen, vennootschappen die behoren tot een consortium of zelfs vennootschappen die onder controle staan van andere verbonden vennootschappen kunnen allemaal een verbonden vennootschap zijn. Deze eerste stap vraagt een grondige analyse om een juiste berekening te kunnen doen voor de grootte van de vennootschap.

Nadat we voor alle vennootschappen de verbondenheid met vennootschap X hebben beoordeeld, kunnen we de grootte van de vennootschap bepalen. Dit moet naargelang de situatie op enkelvoudige of geconsolideerde/geaggregeerde basis beoordeeld worden. Gelet op de zeer verschillende situaties die zich kunnen voordoen, moet deze beoordeling met de nodige aandacht gebeuren. De Commissie voor Boekhoudkundige Normen (CBN) heeft reeds verschillende adviezen uitgebracht hoe we de regels moeten interpreteren en moeten toepassen in de praktijk. Een wijziging in verbondenheid, op te richten vennootschappen, verbonden vennootschappen met een verschillende afsluitdatum, … brengen steeds een bijzondere complexiteit met zich mee. Deze materie moet dan ook met de nodige aandacht en voorzichtigheid behandeld worden.

Deze grootte zal bepalend zijn om te weten welk model van jaarrekening gebruikt moet worden voor een welbepaalde vennootschap. De microvennootschappen mogen het micromodel (MIC-kap en MIC-inb) gebruiken, de kleine vennootschappen mogen het verkort model (VKT-kap en VKT-inb) gebruiken en de zogenaamde ‘grote’ vennootschappen moeten het volledig model (VOL-kap en VOL-inb) gebruiken.

De grootte van de vennootschap speelt ook een zeer belangrijke rol in de vennootschapsbelasting. In het Wetboek inkomstenbelastingen werden enkele gunstmaatregelen voor kleine vennootschappen ingeschreven waardoor de analyse van de grootte van de vennootschap aan nog meer belang heeft gewonnen.

 

Tom Vandendungen is accountant en belastingconsulent bij Deloitte Private. Hij schrijft bijdragen in de nieuwsbrief Accountancy Actualiteit en in de module Accounting info & topics in monKEY, de meest gespecialiseerde databank voor tax & finance professionals.

 

  293