“Vaak wordt het aandeel van de vennootschapsbelasting in de overheidsinkomsten zwaar overschat.” – Yves Verdingh over de vennootschapsbelasting

Gepubliceerd op 16-03-2020

De vennootschapsbelasting blijft een nuttig instrument om richting te geven aan het bedrijfsleven, benadrukt Yves Verdingh. Maar de complexiteit ervan plaatst ondernemingen ook voor de uitdaging correct aangifte te doen. Op die manier vermijdt men narigheden achteraf. De visie van Yves Verdingh.

Enkele trends

“Twee belangrijk trends zijn kenmerkend voor de manier waarop de vennootschapsbelasting de voorbije jaren evolueerde”, legt Yves Verdingh uit. “De Europese stempel is onmiskenbaar. De druk die uit die hoek komt wil komaf maken met heel wat aftrekmogelijkheden, maar vooral streven naar één gemeenschappelijke fiscale basis. Anders gezegd: ervoor zorgen dat elk land de basis die belast wordt op dezelfde manier gaat berekenen. Wat het percentage van de belasting betreft, legt Europa ze een grotere terughoudendheid aan de dag. Logisch ook. Door de onderlinge concurrentie, groeien die aanslagvoeten de facto naar mekaar toe. Vandaag zitten wij met inmiddels aan 25% precies aan het Europees gemiddelde. Een hoger tarief zou vennootschappen naar het buitenland drijven, waardoor we inkomsten mislopen. Een ander kenmerk is dat door zowel wetgevende initiatieven, omzendbrieven van de fiscus, maar ook de evolutie van de rechtspraak de complexiteit van onze vennootschapsbelasting verder in de hand heeft gewerkt.

Nuttige nuloperatie

“Vaak wordt het aandeel van de vennootschapsbelasting in de overheidsinkomsten zwaar overschat”, verduidelijkt Yves Verdingh. “Uiteindelijk bedraagt dit niet meer dan 8%. Het is vooral de personenbelasting en de sociale bijdragen die de staatskas spijzen. Maar het is een manier om het bedrijfsleven enigszins te sturen. Je kan zo vergroening stimuleren, of Onderzoek & Ontwikkeling (O&O) aantrekkelijker maken voor de ondernemingen. We zijn vandaag in een situatie beland waarbij de opbrengst uit de vennootschapsbelasting ongeveer op hetzelfde niveau zit als de kostprijs van deze stimuli allerhande. Je zou kunnen denken dat deze feitelijke nuloperatie het beste argument is voor het afschaffen van de belasting, maar dat lijkt me geen goed idee.

Kijk, je zou al die aftrekposten kunnen schrappen in ruil voor een erg drastische verlaging van de vennootschap, meer dan een halvering tot pakweg 12% zeg maar. De realiteit leert echter dat heel wat bedrijven een lager percentage aan vennootschapsbelasting betalen. Paradoxaal genoeg zou de verlaging van de aanslagvoet het voor hen duurder maken, wat dan weer afschrikkend kan werken."

Verantwoord bijsturen

En stel dat u de volheid van bevoegdheid krijgt om de vennootschapsbelasting volledig te optimaliseren? “Het zal u misschien verbazen, maar drastische ingrepen zou ik niet doorvoeren. De complexiteit van onze vennootschapsbelasting is natuurlijk wat ze is, maar veel zwaarder til ik aan het kluwen dat de personenbelasting geworden is. Geen kat die haar jongeren nog in terugvindt, terwijl aangifte doen een verplichting is die op elke burger rust. Aangifte doen voor de vennootschapsbelasting is dan weer iets dat gebeurt door mensen die doorgaans toch over de nodige knowhow beschikken.

Het is dan ook belangrijk voor bedrijven om de nodige knowhow in huis te hebben. Fouten bij de aangifte, leveren op termijn nu eenmaal vermijdbare problemen op. Hoe zou men de vennootschapsbelasting kunnen wijzigen? Misschien zou wat met aftrekposten geschoven kunnen worden, maar dan moet je je telkens de vraag stellen in hoeverre dat budgettair haalbaar is. Kijk maar naar de notionele intrestaftrek die het slachtoffer van het eigen succes geworden is. Door er massaal beroep op te doen, daalde de opbrengst uit de vennootschapsbelasting, wat tot een systematische afbouw van de notionele intrestaftrek heeft geleid.”

Praktische cursus

  168