Toekomst en verleden van de vennootschapsbelasting

Gepubliceerd op 16-01-2019

De hervorming van de vennootschapsbelasting blies de laatste jaren een nodige frisse wind door het Belgisch belastinglandschap. De eerste fase van die hervorming laat ondertussen haar effecten voelen, maar tegelijkertijd blijven er nog heel wat vragen onbeantwoord. Bovendien mag u, met al die nieuwigheden, het verleden niet uit het oog verliezen.

Wat er al is gebeurd

Ondertussen zijn er al heel wat maatregelen van de eerste fase in werking:

  • Kapitaalverminderingen: terugbetaling van kapitaal waarover werd beslist door de algemene vergadering vanaf 1 januari 2018, kan in beginsel niet meer volledig belastingvrij. Een deel wordt altijd als dividenduitkering beschouwd en wordt dan ook belast.
  • Meerwaarde aandelen: ook aan de fiscale behandeling van de meerwaarden op aandelen werd gesleuteld. Zo werd de afzonderlijke aanslag van 0,412 % voor grote vennootschappen afgeschaft, maar is er een tarief van 25,50 % of 20,40 % van toepassing zelfs als de taxatie- en participatievoorwaarde zijn vervuld, maar de houdperiode van één jaar niet. Als ook de taxatie- en participatievoorwaarden niet worden nageleefd, bedraagt de meerwaardebelasting zelfs 29,58 % (het standaardtarief).
  • De minimumbezoldiging: om van het verlaagd tarief van 20 % te genieten moet de kleine vennootschap een minimumbezoldiging van 45.000 euro uitbetalen aan haar bedrijfsleider (natuurlijk persoon).
  • Van iedere vennootschap (groot of klein) wordt verwacht dat ze aan haar bedrijfsleider (natuurlijk persoon) een bezoldiging betaalt van minstens 45.000 euro. In de mate dat de vennootschap dat niet doet, is zij een extra heffing verschuldigd van 5 % (berekend op het tekort aan bezoldiging).
  • Hervorming ‘aftrekken’: de negen bewerkingen om tot de verschuldigde vennootschapsbelasting te komen, worden herwerkt. Zo komt er een beperking op een aantal van die aftrekken: het eerste miljoen van de winst kan helemaal geneutraliseerd worden, daar boven kan er maar 70 % benut worden. Dat geldt voor vorige verliezen, de overgedragen dbi-aftrek, de overgedragen innovatieaftrek, de notionele interestaftrek van het boekjaar en de overgedragen notionele interestaftrek van voorgaande boekjaren.

 

Wat er nog moet komen

De komende jaren worden de volgende fases van de hervorming verder uitgerold:

  • De afschrijvingsregels wijzigen vanaf aanslagjaar 2020, bv. afschaffing degressieve afschrijving.
  • Consolidatie: de eerste stappen richting fiscale consolidatie worden genomen vanaf aanslagjaar 2020.
  • Aftrek van interesten: de aftrekbeperking van interesten tot 30 % van de EBITDA of tot 3 miljoen euro, start al vanaf aanslagjaar 2020.
  • Aanslag geheime commissielonen: de aanslag is vanaf aanslagjaar 2021 niet meer als beroepskost aftrekbaar.
  • Aftrek beroepskosten: de aftrekbaarheid autokosten wordt vanaf aanslagjaar 2021 volgens een nieuwe formule berekend.
  • ….

Maar wat met het verleden?

bpfpdbyi18001-1
Naast het Praktijkboek Directe Belastingen bestaat ook het Praktijkboek Indirecte Belastingen
  765