Toch geen 100 % aftrek voor catering op event?

Gepubliceerd op 15-04-2019

Vorig jaar heeft de minister nog verklaard dat cateringkosten op een opendeurdag of een ander publicitair evenement, integraal aftrekbaar zijn. De aftrekbeperking voor receptiekosten is dus niet van toepassing. Maar nu zegt Cassatie het omgekeerde. Receptiekosten blijven receptiekosten, ongeacht het doel. Van enige analogie met de btw is geen sprake. Voor restaurantkosten is het Hof daarentegen iets minder streng (Cass. 22 februari 2019, F.17.0123.N).

Een dealer van een automerk organiseert evenementen waarop nieuwe automodellen worden voorgesteld en waarbij uitzonderlijke promoties gelden. Een traiteur verzorgt de catering op die evenementen. De dealer beschouwt de traiteurskosten als publiciteitskosten, die 100 % aftrekbaar zijn. De evenementen hebben immers hoofdzakelijk een publicitair doel, redeneert hij. Ze dienen om de verkoop te stimuleren en om potentiële kopers in te lichten over de kwaliteit van de nieuwe modellen.

Aftrek van 50 % of 100 %?Maar de fiscus is het daar niet mee eens. Volgens de fiscus gaat het om receptiekosten. En die zijn maar voor 50 % aftrekbaar (art. 53 8° WIB 92). Receptiekosten blijven receptiekosten, vindt de fiscus, en men kan die niet herkwalificeren in publiciteitskosten omdat ze toevallig een publicitair doel dienen. Anders zou het legaliteitsbeginsel geschonden zijn.

Het hof van beroep geeft de fiscus gelijk. De wettekst is duidelijk, vindt het hof. De belastingplichtige voerde nog aan dat de gelijkaardige discussie inzake btw (over in het geheel niet aftrekbare ‘kosten van onthaal’ en kosten voor ‘spijzen en dranken’– art. 45 § 3 3°-4° Wbtw) tot de tegenovergestelde conclusie geleid heeft: de btw op cateringkosten is volledig aftrekbaar als ze een publicitair doel hebben.

Maar het hof weigert om de btw-regeling naar analogie toe te passen op de inkomstenbelastingen. Het hof herhaalt het gekende argument dat de bedoeling van de wetgever niet dezelfde was: inzake inkomstenbelastingen was het uitdrukkelijk de bedoeling om de aftrek van receptiekosten te beperken, ongeacht het doel, terwijl inzake btw de bedoeling er alleen maar in bestond om de aftrek te verbieden van kosten die geen beroepskarakter hebben, zodat de kost toch aftrekbaar wordt zodra hij wel een beroepskarakter heeft.

Het Hof van Cassatie bevestigt nu het strenge oordeel van het hof van beroep.

Lees de volledige analyse van Koen Janssens in Fiscale Actualiteit op monKEY.

  460