Roerende voorheffing bij liquidatie: wat met de interne vereffening

Gepubliceerd op 12-10-2020

Op 1 oktober 2014 steeg het tarief van de roerende voorheffing bij liquidatie van 10 % naar 25 %. Samen met die tariefwijziging werd echter een overgangsregeling geïntroduceerd. Die houdt in dat een vennootschap bepaalde bestaande belaste reserves kon omvormen in fiscaal kapitaal tegen een kost die bestond uit een roerende voorheffing van 10 %. Die procedure werd de interne vereffening genoemd. Hoewel het tijdsbestek waarin die maatregel kon worden toegepast, al jaren achter ons ligt, blijven discussies over het toepassingsgebied ook nu nog aanslepen. En daarover blijkt – althans wat de rol van de wettelijke reserves betreft – ook onenigheid te bestaan in de rechtspraak.

Meer diepgaande info over de interne verffening vindt u op monKEY. Ontdek de mogelijkheden en voordelen voor u en uw kantoor >

Wettelijke reserves

De reserves die in aanmerking komen voor de toepassing van de interne vereffening, zijn “de belaste reserves, zoals ten laatste op 31 maart 2013 goedgekeurd door de algemene vergadering”. Maar de vraag kan gesteld worden hoe ruim die notie van “belaste reserves” gaat. Meer bepaald rijst de vraag of die notie ook de wettelijke reserves omvat.

Aangaande de vraag of de wettelijke reserves tevens mee in rekening gebracht moeten worden bij de bepaling van de omvang van de reserves die binnen het toepassingsgebied van artikel 537 vallen, zijn dan ook twee uiteenlopende standpunten mogelijk. Een dat gegrond is op een ruime interpretatie, en een dat gegrond is op een strikte interpretatie van de wet. In de rechtsleer bestond geen eensgezindheid. Diezelfde verdeeldheid blijkt nu ook in de rechtspraak te heersen.

Voordelen voor werkgevers

  141