Aftrek van receptiekosten: hoe zit de vork nu in de steel?

Gepubliceerd op 15-04-2020

In coronatijden met verplichte social distancing zijn recepties voorlopig niet aan de orde. Maar daar komt ongetwijfeld ooit terug verandering in. Weet wel dat de minister onlangs heeft verklaard dat hij afstapt van de ruime interpretatie van zijn voorganger inzake de aftrekbaarheid van receptiekosten in de inkomstenbelastingen. Receptiekosten blijven receptiekosten ongeacht het doel.

Meer diepgaande info over de aftrekbaarheid van receptiekosten vindt u op monKEY. Probeer nu 14 dagen gratis >

Verschil tussen receptiekosten en publiciteitskosten

De fiscale aftrek van receptiekosten die gemaakt worden in het kader van een publicitair evenement beroeren de gemoederen al enige tijd.

Receptiekosten zijn kosten die u maakt in het kader van uw externe relaties, voor de ontvangst van klanten, leveranciers, zakenrelaties of derden. Voorbeelden zijn traiteurkosten, aankoop van bloemen, dranken op opendeurdagen, feesten en events voor klanten. Die evenementen hebben plaats voor bestaande externe relaties maar zeker ook om toekomstige of potentiële klanten binnen te halen. Het zijn dus reclamekosten? Blijkbaar niet.

aftrek_receptiekosten

Waarom is dit onderscheid zo belangrijk?

Simpel, receptiekosten en publiciteitskosten ondergaan een verschillende fiscale behandeling.
Voor de inkomstenbelastingen zijn receptiekosten 50% aftrekbaar.
Publiciteitskosten of reclamekosten geven daarentegen voor de inkomstenbelastingen (en btw) recht op 100% aftrek.

De vorige minister van Financiën stelde dat receptiekosten en maaltijdkosten voor een publicitair evenement te beschouwen zijn als publiciteitskosten en op die basis dus 100% aftrekbaar zijn. Maar dit was buiten het Hof van Cassatie gerekend. Cassatie zegt het omgekeerde. In twee zaken besliste het Hof dat receptiekosten ongeacht het doel receptiekosten blijven en dus altijd maar voor 50% aftrekbaar zijn (arresten van 22 februari 2019 en van 22 maart 2019). Van enige analogie met de btw is geen sprake.

Vandaar dat de huidige minister teruggekomen is op het standpunt van zijn voorganger.

Voor de inkomstenbelastingen is de aard van de kost doorslaggevend

  1071