Aftrek financieringskosten van dividend of kapitaalvermindering: BBI wint een veldslag maar verliest de oorlog

Gepubliceerd op 12-05-2020

De discussie of kosten ter financiering van een kapitaalvermindering of dividenduitkering aftrekbaar zijn, deed de laatste jaren veel stof opwaaien. Aanleiding waren twee principiële zaken waarin de BBI de aftrek van de interest verwierp op basis van artikel 49 WIB 92 omdat ze vond dat aftrek conceptueel onmogelijk was. Zowel het Gentse als Antwerpse hof van beroep beslechtten het pleit op basis van concrete feiten (en gebrekkige bewijzen) in het voordeel van de fiscus. Cassatie heeft zich nu in beide zaken uitgesproken.

Meer diepgaande info over de aftrekbaarheid van financieringskosten vindt u op monKEY. Download de brochiure voor meer info >

Hét mijlpaalarrest van 2020 inzake kostenaftrek

De voorziening tegen het Gentse arrest werd eind 2019 verworpen om cassatie-technische redenen, waardoor het belang van het arrest voor de praktijk eerder beperkt is (S. Gnedasj in Fiscale Actualiteit 2020, 14/1).

In de Antwerpse zaak schenkt het Hof van Cassatie daarentegen uitzonderlijk klare wijn: zulke financieringskosten kunnen wel degelijk fiscaal aftrekbaar zijn, mits wordt aangetoond dat aan alle voorwaarden van artikel 49 WIB 92 is voldaan (waar de belastingplichtige in casu evenwel niet in slaagde). Cassatie geeft zelfs een voorbeeld van hoe aan de finaliteitsvoorwaarde kan worden voldaan.

Dit mijlpaalarrest verdient nadere toelichting, nu Cassatie hiermee, een kleine 60 jaar na het Auerbach-arrest uit 1962, een (eerste) punt achter deze principiële discussie lijkt te zetten.

Het moet gezegd dat de beoordeling van het eigen economisch belang van de vennootschap een erg delicate evenwichtsoefening is tussen een opportuniteits- en een rechtmatigheidscontrole (S. Gnedasj, Fiscale Actualiteit 2019, 32/10). Toch zijn o.i. ook voor een lening ter financiering van een dividend of kapitaalvermindering beide principes perfect met elkaar te verzoenen.

Het resultaat?

  477