Onwettig

Gepubliceerd op 04-03-2019

Misschien hebt u het ook gemerkt: uw kinderen staan op uw belastingafrekening in een andere kolom. De belastingvermindering waar ze recht op geven, wordt plots toegekend aan uw echtgenoot en niet langer aan u, of omgekeerd. En volgend jaar kan dat opnieuw veranderen, want wie de kinderen aangerekend krijgt, hangt vaak af van een afronding op een cent, ergens in de belastingberekening. Een beetje een loterij dus. Hoe komt dat?

Als gevolg van Europese rechtspraak is de wet gewijzigd: het fiscale voordeel voor kinderen ten laste wordt voor getrouwde en wettelijk samenwonende koppels niet meer automatisch toegekend aan de partner met het hoogste inkomen, maar aan die met het laagste inkomen, als dat voordeliger is. Maar wat voordeliger is, beoordeelt de wetgever niet op basis van het eindsaldo van de belastingberekening, maar op basis van een tussensaldo, de ‘belasting staat’. Daardoor kan de nieuwe, zogenaamd voordeligere aanrekening van de kinderen op het lagere inkomen uiteindelijk een stuk nadeliger zijn. Een belastingverhoging met meer dan 2000 euro is geen uitzondering.

Waarom wordt die belasting staat dan als vergelijkingspunt genomen om uit te maken welke berekening het voordeligst is? Wel, de wetgever vindt dat hij niet anders kan, als hij de gewestelijke fiscale bevoegdheden die in de zesde staatshervorming zijn vastgelegd, wil respecteren.

Maar bij onvoorziene en vooral onbedoelde belastingverhogingen moet dat respect al snel wijken. Toen de desastreuze impact van de wetswijziging duidelijk werd, was de vorige minister van Financiën er als de kippen bij om een nieuwe wetswijziging aan te kondigen. Het eindsaldo van de berekening en niet de belasting staat zou dan toch als ultiem ijkpunt gelden om uit te maken welke belastingberekening het voordeligst is voor gezinnen met kinderen. De minister gaf de opdracht die nakende wetswijziging al meteen toe te passen op de lopende belastingaanslagen, ook al was de wet formeel nog niet gewijzigd. En zo gebeurde.

Het uitsturen van de belastingaanslagen voor gezinnen met kinderen liep daarom vertraging op. Zestien nieuwe berekeningssimulaties moesten halsoverkop worden ingebouwd, aldus de woordvoerder van Financiën. Feit is dat alle aanslagen waarin het eindsaldo als beslissingscriterium wordt gehanteerd, onwettig zijn. Want de wet is nog altijd niet aangepast.

En het is zeer de vraag of die aanpassing er nog komt. Want de Raad van State ziet die niet zitten: “Niet in de geest van de zesde staatshervorming en bovendien discriminerend. Als je het eindsaldo van de berekening in plaats van de ‘belasting staat’ neemt als criterium voor de beoordeling bij wie het fiscaal voordeel voor kinderen terechtkomt, dan moet je datzelfde criterium hanteren in alle situaties waarin de fiscus de voor de belastingplichtige meest voordelige aanslag bepaalt, zo bijvoorbeeld ook bij de al dan niet toekenning van het huwelijksquotiënt.” Die logische stap zou je inderdaad kunnen zetten om de kritiek van de Raad van State te pareren, maar dat is waarschijnlijk een brug te ver voor een regering in lopende zaken.

Belastingaanslagen worden nu dus niet op basis van de wet, maar op basis van een administratieve tolerantie gevestigd. Dat kan tijdelijk, maar niet eindeloos. Anders zijn we vertrokken voor jaren van onwettige aanslagen die op elk moment kunnen worden aangevochten. Daarom is het misschien toch beter de keuze wie de kinderen aangerekend krijgt, te laten aan de belastingbetaler. Geen ideale oplossing, want daarmee wordt de zoveelste optimalisatie doorgeschoven naar de belastingbetaler of zijn adviseur, maar juridisch is het wel meer sluitend. Het alternatief is de huidige wet strikt toepassen, ten koste van een hoop gezinnen die onbedoeld tot 2000 euro meer belasting betalen. En dat wil je in een verkiezingsjaar liever niet gezegd hebben.

 

Jef Wellens, Trends

  487