Belastingaangifte in lopende zaken

Gepubliceerd op 30-03-2020

Aangifte slankt af met 18 codes

 

Vandaag is de nieuwe aangifte in de personenbelasting gepubliceerd op de website van de FOD Financiën. Zo wordt ook in tijden van corona een nieuw aangifteseizoen op gang getrapt. Alleen is nog niet duidelijk of en hoelang dat seizoen wegens de pandemie zal worden verlengd. De aangifte handelt over de inkomsten en uitgaven van vorig jaar, 2019. De Vlaamse aangifte slankt af met 18 codes, en gaat van 829 codes vorig jaar naar 811 codes dit jaar. Eenzelfde inkrimping zien we in de Waalse en Brusselse aangifte.

Dat is ook niet verwonderlijk met een federale regering in lopende zaken en geen nieuwe gewestelijke fiscale maatregelen die een stempel drukken op de aangifte. De 14 nieuwe codes zijn toe te schrijven aan een handvol, uitsluitend federale maatregelen: een nieuw vrij aanvullend pensioen voor werknemers (VAPW), een terugname van belastingvermindering voor investeringen in groeibedrijven, een nieuwe belastingvermindering voor rechtsbijstandsverzekering, een nieuwe vrijstelling van ondernemingswinst voor ‘sociaal passief’ en de carry back verliesaftrek in de land- en tuinbouw. Door de formele afschaffing van een bijna volledig uitgedoofde federale vrijstelling op opzeggingsvergoedingen en een paar andere bezuinigingen, verdwijnen ook in één klap 32 codes.

We overlopen de nieuwigheden en wijzigingen in de aangifte.

Geen gedeeltelijke vrijstelling opzeggingsvergoedingen meer

De grootste sanering van het aantal codes zien we in vak IV (wedden, lonen,…). Daar verdwijnen 20 codes omdat er definitief een punt is gezet achter de gedeeltelijke vrijstelling van ‘opzeggingsvergoedingen en lonen tijdens opzegtermijn’. In de vorige aangifte bedroeg die vrijstelling nog maximaal 1.360 euro. De vrijstelling bestond sinds 2012, maar de facto werd ze twee jaar later, vanaf 2014, alweer afgeschaft. Slechts in zeer uitzonderlijke gevallen kon ze nog worden gevraagd in de aangifte. Maar dat gebeurde soms ten onrechte, via verkeerd opgestelde fiscale loonfiches. Daarom is de vrijstelling vorig jaar definitief afgevoerd en kan ze dus niet meer worden geclaimd. Omdat de vrijstelling telkens via aparte codes kon worden gevraagd zowel voor gewone bezoldigingen (tijdens opzegtermijn), voor achterstallen, voor opzeggingsvergoedingen als voor sportersbezoldigingen of bezoldigingen betaald aan sporttrainers en -opleiders, verdwijnen in vak IV nu een pak codes. Ook ‘bedrijfsleiders met arbeidsovereenkomst’ konden de vrijstelling vragen. Daarom worden vier codes geschrapt in vak XVI (bedrijfsleidersbezoldigingen).

Vrij aanvullend pensioen voor werknemers

Ook in vak IV (rubriek F.3) doet het nieuwe ‘vrij aanvullend pensioen voor werknemers’, afgekort VAPW, zijn intrede. Het VAPW biedt werknemers die geen of slechts voor een beperkt bedrag een aanvullend ondernemingspensioen genieten van hun werkgever (groepsverzekering, IPT, pensioenfonds…) de kans om zelf, vrijwillig en op eigen initiatief, fiscaal voordelig een aanvullend pensioen van de tweede pijler op te bouwen via hun werkgever. De pensioenbijdrage wordt door de werkgever ingehouden op het nettoloon van de werknemer en wordt doorgestort naar de door de werknemer gekozen pensioeninstelling.

De maximumbijdrage die een werknemer in 2019 kon storten, bedraagt 3 procent van zijn brutobezoldiging van 2017, met een minimumbijdrage van 1600 euro. De VAPW-bijdrage geeft recht op een belastingvermindering van 30 procent. Liet de werknemer 1600 euro inhouden, dan bespaart hij dus 480 euro belasting. Woont hij in een gemeente met 8 procent gemeentebelasting, dan is dat 518,40 euro fiscaal voordeel (480 x 1,08). Bij pensionering betaalt de werknemer 10 procent belasting op zijn pensioenkapitaal.

paragraaf-2-aangifte

De werknemer vraagt zijn belastingvermindering in de nieuwe codes 1387 en 2387 van vak IV. Hij moet de vermindering niet zelf berekenen; het volstaat dat hij de betaalde pensioenbijdrage aangeeft. Die bijdrage staat trouwens op de fiscale loonfiche 281.10, naast code 387.

Omdat ook bedrijfsleiders met arbeidsovereenkomst een VAPW kunnen sluiten, zijn hiervoor eveneens nieuwe codes opgenomen in vak XVI (codes 1421 en 2421). De VAPW-pensioenbijdrage wordt dus niet, zoals de vorig jaar ingevoerde POZ-pensioenbijdrage (pensioenovereenkomst voor zelfstandigen), aangegeven in vak X (belastingverminderingen), maar wel in de vakken IV (wedden, lonen,…) en XVI (bedrijfsleidersbezoldigingen).

Hogere belastingvrijstelling van dividenden

Dividenden van aandelen worden gedeeltelijk vrijgesteld van belasting. Die vrijstelling was nieuw in de aangifte van vorig jaar en moet worden gevraagd in rubriek A.1.b van vak VII (roerende inkomsten). De vrijstelling werd ingevoerd om het spaargeld van de Belg te activeren, om het te laten beleggen in risicovollere aandelen. De vrijstelling is verhoogd van 640 euro in de aangifte van vorig jaar tot 800 euro in de aangifte van dit jaar.
De vrijstelling wordt echter niet toegepast aan de bron bij uitbetaling van de dividenden door de financiële instellingen en bedrijven. Zij houden de roerende voorheffing (in principe 30 procent) in op het volledige bedrag van de dividenden, zonder rekening te houden met de vrijstelling van 800 euro. Als belegger moet u zelf de vrijstelling vragen in de aangifte. Niet door het bedrag van de vrijstelling (800 euro) aan te geven, maar wel door de in feite onterecht ingehouden roerende voorheffing op het vrijgestelde bedrag van de dividenden te berekenen en die roerende voorheffing aan te geven naast code 1437 of 2437.

paragraaf-3-aangifte

Hebt u in 2019 dividenden van aandelen ontvangen voor een bedrag van ten minste 560 euro netto, na inhouding van 30 procent roerende voorheffing, dan geeft u hier verrekenbare roerende voorheffing aan van 240 euro (800 euro x 0,30). Die 240 euro wordt dan verrekend met de verschuldigde belasting of terugbetaald.

Rechtsbijstandsverzekering

Een tweede nieuwe belastingvermindering treffen we aan in rubriek I van vak X (belastingverminderingen), waar men de premie van een rechtsbijstandsverzekering kan vermelden (codes 1344 of 2344).

paragraaf-4-aangifte

Die belastingvermindering is ingevoerd om de drempel te verlagen tot het sluiten van een verzekering voor rechtsbijstand. Deze federale belastingvermindering wordt verleend voor premies die men sinds 1 september 2019 betaalt voor een rechtsbijstandsverzekering gesloten bij een verzekeringsonderneming die gevestigd is in de EER. In de huidige aangifte komt maximaal 310 euro aan gestorte premies in aanmerking voor belastingvermindering. De belastingvermindering bedraagt 40 procent van de premies. De vermindering bedraagt dus, zonder gemeentebelasting, maximaal 124 euro (310 euro x 40 procent). Het verzekeringscontract wordt gesloten tussen verzekeraar en verzekeringnemer. Die laatste heeft recht op de belastingvermindering.

Daarom ook twee codes in de aangifte, want bij koppels is ofwel de ene ofwel de andere partner verzekeringnemer. De verzekeringnemer moet niet zelf de belastingvermindering berekenen. Het volstaat de betaalde premies in de aangifte te vermelden.

De verzekeraar reikt een attest uit waarop de premies vermeld staan die recht geven op belastingvermindering, en waarin hij bevestigt dat het contract voldoet aan alle wettelijke voorwaarden. De vermindering geldt niet alleen voor nieuw gesloten contracten maar ook voor lopende op voorwaarde dat ze voldoen aan alle wettelijke voorwaarden. Zo moet het contract individueel zijn gesloten (collectieve contracten zijn uitgesloten), zijn er minimumwaarborgen en maximale wachttijden waarbinnen een risico niet verzekerd is, gelden er uitsluitingen, enzovoort.

Deeleconomie

Deeleconomieplatformen houden geen bedrijfsvoorheffing meer in op de vergoedingen die zij betalen in het kader van het ‘onbelast bijverdienen’. Het vroegere vak XIII waar die bedrijfsvoorheffing kon worden aangegeven om die te laten verrekenen met de verschuldigde belasting, is dan ook overbodig geworden en geschrapt. Alle volgende vakken schuiven met één Romeins cijfer op.

Vrijstelling voor sociaal passief

Deze nieuwe vrijstelling is een gevolg van de invoering van het eenheidsstatuut in 2014. Door het eenheidsstatuut zijn de ontslagkosten van een werknemer met vijf of meer jaren anciënniteit meestal hoger dan de kosten vóór de invoering van het eenheidsstatuut. Zeker voor arbeiders en bedienden met een lager inkomen. Die hogere kosten worden opgevangen met een nieuwe vrijstelling van winst of baten van de werkgever. De vrijstelling kan worden toegepast vanaf het ogenblik dat een werknemer langer dan vijf jaar in het eenheidsstatuut in dienst is. De vrijstelling kan dus nu voor het eerst in de aangifte worden toegepast, met betrekking tot de winst en baten van 2019. Daarom is zowel in vak XVII (winst – rubriek 14, codes 1633 en 2633) als in vak XVIII (baten – rubriek 13, codes 1681 en 2681) een nieuwe rubriek toegevoegd waar de vrijstelling kan worden gevraagd.

paragraaf-6-aangifte

Aangezien de meeste werkgevers vennootschappen zijn, is de vrijstelling vooral belangrijk in de vennootschapsbelasting. In de aangifte personenbelasting kan ze enkel worden toegepast door werkgevers natuurlijke personen, bv. een vrije beroeper of een eenmanszaak (buiten vennootschap) met personeel.
Het bedrag van de vrijstelling wordt bepaald op drie weken bezoldiging voor elke werknemer per begonnen dienstjaar na het vijfde dienstjaar. De berekening van de vrijstelling gebeurt per werknemer, vertrekkende van zijn bruto maandbezoldiging waarvan het bedrag, voor werknemers met een maandbezoldiging hoger dan 2600 euro wordt geplafonneerd op 1830 euro. Een weekbezoldiging bedraagt 3/13de van het (geplafonneerde bedrag) van de maandbezoldiging.
De vrijstelling wordt niet in één keer toegekend maar gespreid over vijf jaar. De vrijstelling van 2019 wordt dus van 2019 tot en met 2023 toegekend ten belope van 20 procent, de vrijstelling van 2020 ten belope van 20 procent van 2020 tot en met 2024, enzovoort. Wanneer de werknemer het bedrijf verlaat (= op pensioen gaat, overlijdt, ontslag neemt of ontslagen wordt), moet het gecumuleerde totale vrijgestelde bedrag voor die werknemer teruggenomen en belast worden als winst of baten van het jaar waarin de werknemer het bedrijf verlaat.

Cijfervoorbeeld:

Veronderstel een zelfstandige met één werknemer in dienst, van wie de bruto maandelijkse bezoldiging 3000 euro bedraagt. De maandbezoldiging wordt voor de berekening van de vrijstelling geplafonneerd op 1830 euro*. Het vrij te stellen sociaal passief bedraagt, voor het jaar 2019 en de vier daaropvolgende jaren samen, 1267 euro (1830 euro x 3/13 x 3 weken) of ieder jaar 253,40 euro (20 procent van 1267 euro). Het bedrag van 253,40 euro wordt aangegeven naast codes 1633/2633 en dit gedurende vijf jaar. Het jaar 2020 en de vier daaropvolgende jaren geven recht op een nieuwe vrijstelling, enzovoort.

* berekeningstechnisch: 330 euro (= 30 % x (2.600 euro – 1.500 euro)) + 1500 euro

 

cijfervoorbeeld

Carry back

De carry back of ‘achterwaartse verliesverrekening’ biedt een land- of tuinbouwer de mogelijkheid om zijn beroepsverliezen, geleden door schade aan land- of tuinbouwteelten en veroorzaakt door noodweer (hagel, storm, overstroming…), af te trekken van de winst van de drie vorige jaren. Voor schade geleden en definitief vastgesteld in 2019 is dat een verliesverrekening met de winst van 2016, 2017 of 2018. Zo kan hij belasting die hij voor het verleden betaalde, terugkrijgen.

De fiscus verleent hiervoor ambtshalve ontheffing. De carry back moet echter uitdrukkelijk worden gevraagd in de belastingaangifte. Dat gebeurt in rubriek 17 van vak XVII (winst), naast de nieuwe codes 1642 en 2642. Opteert men niet voor de carry back maar voor de traditionele overdracht van verliezen naar een volgend jaar (carry forward), dan blijft men het verlies aangeven naast de oude codes 1349/2349 van vak VIII (aftrekbare verliezen). Opgelet, de meeste land- en tuinbouwers worden belast op basis van forfaitaire grondslagen; zij komen niet in aanmerking voor de carry back-regeling, zo stelt de fiscus. De carry back-regeling geldt eigenlijk al sinds 2018, maar omdat ze pas begin 2019 werd goedgekeurd, kon ze vorig jaar niet meer in de aangifte worden opgenomen. Nu dus wel.

paragraaf-7-aangifte

En verder…

E-mailadres

In vak I wordt niet langer het e-mailadres van de belastingplichtige gevraagd.

Vertrekkers

De omschrijving van rubriek 6 van Vak II (persoonlijke gegevens en gezinslasten) werd aangepast om het toepassingsgebied ervan uit te breiden tot álle belastingplichtigen die geen volledig jaar onderworpen geweest zijn aan de personenbelasting. Die rubriek geldt immers niet alleen voor nieuwkomers of zij die naar België verhuizen, maar geldt ook voor vertrekkers of zij die België verlaten.

paragraaf-8-vertrekkers

Deze rubriek laat toe om fiscale voordelen te prorateren. Zowat alle federale belastingverminderingen, vrijstellingen en grensbedragen worden beperkt tot de werkelijke duur van het inkomstenjaar waarvoor men onderworpen was aan de personenbelasting. Concreet moet elke nieuwkomer of vertrekker hier het aantal maanden invullen dat hij of zij in België verbleef, te tellen vanaf de aankomst of tot het vertrek. Voor de nieuwkomer is dat het aantal maanden van 2019, voor de vertrekker is dat het aantal maanden van 2020. De vertrekker vult immers een ‘aangifte speciaal’ in waarbij aanslagjaar (2020) en inkomstenjaar (2020) hetzelfde zijn.

De situaties waarin de fiscale voordelen worden geprorateerd, beperken zich wel tot de gevallen van immigratie of emigratie. Na overlijden blijven de fiscale voordelen wel integraal toegekend, voor het hele jaar. Dat wordt nu ook uitdrukkelijk vermeld in de aangifte.


Eigen woning

Een verduidelijking (“Opgelet!”) is er ook gekomen in de aanvang van vak III waar het kadastraal inkomen (KI) en de huurgelden van belastbare onroerende goederen worden aangegeven.

paragraaf-8-eigen-woning

Al sinds 2015 zijn in dit vak de codes 1100 en 2100 voor de aangifte van de eigen woning, d.w.z. de woning die men zelf betrekt, verdwenen, omdat die sinds dat jaar absoluut vrijgesteld is van personenbelasting. Maar blijkbaar wordt het kadastraal inkomen van de eigen woning, uit macht der gewoonte, toch nog te vaak aangegeven in dit vak, meestal in code 1106 of 2106, waardoor de eigen woning onterecht en zwaar dreigt te worden belast. Vandaar de verwittiging, niet enkel in de toelichting maar nu ook in de aangifte zelf, om het (kadastraal) inkomen van de eigen woning niet te vermelden in dit vak.

Loonbonus

Wie van zijn werkgever een ‘niet-recurrent resultaatgebonden voordeel’ of, in mensentaal, een loonbonus ontvangt, ziet die vergoeding geheel of gedeeltelijk vrijgesteld van belasting. De vrijstelling bedraagt in de aangifte van dit jaar maximaal 2942 euro per persoon. Tot vorig jaar moest de werknemer nog zelf zijn vrijstelling vragen in de aangifte. Maar omdat de vrijstelling al langer automatisch wordt verwerkt in de taxonweb-aangifte en de vrijstelling nu altijd verhoudingsgewijs wordt aangerekend op bonussen verkregen als werknemer en als bedrijfsleider, is de rubriek waar het vrijgestelde bedrag kon worden vermeld, niet langer opgenomen in de aangifte. De vrijstelling wordt vanaf nu automatisch toegepast door de fiscus. Hierdoor verdwijnen telkens twee codes in vak IV (wedden en lonen) en in vak XVI (bedrijfsleidersbezoldigingen), want wat geldt voor werknemers, geldt ook voor bedrijfsleiders met arbeidsovereenkomst.


Overuren

Nog in vak IV (rubriek G) verdwijnen twee codes voor de berekening van de belastingvermindering voor ‘overuren met overwerktoeslag begrensd tot 130 uren’. Aangezien die begrenzing voor een periode van twee jaar (2019 en 2020) verhoogd is tot 180 uren, zijn die codes tijdelijk overbodig. Het gaat hier niet over overuren zonder overwerktoeslag die van belasting zijn vrijgesteld, maar wel over overuren met toeslag die recht geven op een belastingvermindering.


Woonbonus

De afschaffing van de Vlaamse geïntegreerde woonbonus laat nog geen sporen na in de aangifte. Die afschaffing geldt maar voor leningen gesloten vanaf 2020 en de huidige aangifte – aanslagjaar 2020, inkomstenjaar 2019 – handelt uitsluitend over leningen die gesloten zijn vóór 2020.
Opgelet, alleen leningen gesloten vanaf 2010 geven nog recht op de verhoging van de Vlaamse woonbonus met 760 euro. Die verhoging wordt immers enkel toegepast tijdens de eerste 10 leningsjaren. Is uw oude Vlaamse woonbonuslening vóór 2010 gesloten, dan geeft die nog slechts recht op het basisbedrag van 2280 euro.


Groeibedrijven

Vak X (belastingverminderingen) bevat nog twee extra codes (1343 en 2343) voor de eventuele terugname van een reeds verkregen belastingvermindering voor investeringen in groeibedrijven.

paragraaf-8-groeibedrijven

Sinds 2018 kan men fiscaal interessant investeren in een kmo als die groeit en nieuwe aandelen uitgeeft bij een kapitaalverhoging. De investering in nieuwe aandelen van een groeibedrijf levert 25 procent belastingvermindering op, met een maximumvermindering van 25.000 euro. De aandelen moeten echter minstens vier jaar (of 48 maanden) in bezit blijven. Kocht u in 2018 aandelen van zo’n groeibedrijf, maar heeft u die vorig jaar alweer verkocht, bijvoorbeeld na exact één jaar, dan moet u de genoten vermindering voor 3/4de laten terugnemen ((48 – 12)/48). U berekent dan zelf het terug te nemen bedrag van de vermindering en vermeldt dat in de nieuwe rubriek H2 van vak X.


Taks op effectenrekening

Met zijn arrest van 17 oktober 2019 vernietigde het Grondwettelijk Hof de taks op effectenrekeningen wegens schending van het grondwettelijk gelijkheidsbeginsel. Die vernietiging geldt echter niet van in het begin maar pas vanaf 1 oktober 2019. Het Hof handhaafde om budgettaire redenen de gevolgen van de vernietigde bepalingen voor de periode vóór oktober. De taks blijft dus verschuldigd voor de referentieperiodes die eindigen uiterlijk 30 september 2019. Daarom is de meldplicht van het feit dat u titularis bent van meerdere effectenrekeningen nog steeds opgenomen in de aangifte (rubriek E van vak XIII), maar beperkt tot de periode van 1 januari 2019 tot 30 september 2019.

paragraaf-8-einde
  3502