100 euro nettoloon te weinig voor arbeiders, bedienden en ambtenaren

Gepubliceerd op 17-01-2020

Bij het begin van het nieuwe jaar is het gepast de renteloze volkslening nog eens onder de aandacht te brengen. Die ‘tijdelijke maatregel’ viert intussen zijn zeventiende verjaardag.

Renteloze volkslening

In 2001 besliste de federale regering, lang voor de taxshift van de regering-Michel, de personenbelasting drastisch te verlagen. Zo verbreedde ze vanaf 2004 de inkomensschijf waarop 40 procent belasting verschuldigd is en schakelde ze de belastingvrije som voor getrouwde en wettelijk samenwonende partners gelijk met die voor alleenstaanden. Dat kwam erop neer dat de belastingvrije som fors werd verhoogd.

Zo’n hervorming kost geld, veel geld, en daarom besliste de regering de belastingverlaging niet meteen door te rekenen in de bedrijfsvoorheffing. Dat is het belastingvoorschot dat een werkgever moet inhouden op het loon dat hij uitkeert aan zijn werknemers. Het bedrag dat hij te veel inhoudt, wordt pas terugbetaald bij de eindafrekening op het aanslagbiljet, gemiddeld zo’n twee jaar later.

Te dure belastingschaal en te lage belastingvrijstelling

Het was de bedoeling die onkiese praktijk hooguit enkele jaren vol te houden. De regering besefte maar al te goed hoe unfair het is het nettoloon van arbeiders, bedienden en ambtenaren meer af te romen dan wettelijk verantwoord is. Enkele jaren voordien had het Grondwettelijk Hof nog duidelijk gesteld dat de bedrijfsvoorheffing zo nauw mogelijk moet aansluiten bij de uiteindelijk verschuldigde belasting. Helaas, ook voor de berekening van de nettolonen van dit jaar zal nog de te dure belastingschaal en de te lage belastingvrijstelling van 2003 worden gebruikt.

Zo betalen belastingplichtigen in realiteit pas 45 procent belasting op het jaarinkomen boven 23.720 euro, maar dat tarief wordt in de bedrijfsvoorheffing al toegepast vanaf 19.920 euro. Iedere echtgenoot en wettelijk samenwonende partner heeft een belastingvrije som van 8990 euro, maar voor de berekening van hun bedrijfsvoorheffing wordt uitgegaan van een belastingvrije som van slechts 7840 euro. Daardoor komt de te veel ingehouden bedrijfsvoorheffing dit jaar uit op 1200 euro voor een getrouwd koppel met twee kinderen. Dat gezin ontvangt dus maandelijks 100 euro te weinig nettoloon. Bovendien neemt dat bedrag ieder jaar toe. In 2018 werd 1160 euro te veel ingehouden, in 2014 was dat nog 1110 euro.

Jaarlijks 2 miljard

Zo bereikt het bedrag dat de fiscus aan de belastingbetaler moet terugbetalen, omdat een zeventien jaar oude belastinghervorming nog altijd niet correct vertaald is naar de bedrijfsvoorheffing, een recordhoogte. Ach, wat vandaag te veel wordt ingehouden, wordt morgen toch teruggestort, hoor je wel eens opwerpen. Dat klopt, maar die terugbetaling gebeurt renteloos. In feite leent de overheid op basis van een tijdelijk bedoelde maatregel elk jaar structureel en gratis bijna 2 miljard euro bij haar burgers.

Dat is bizar, zeker als je weet dat de taxshift van de regering-Michel, die de personenbelasting opnieuw heeft verlaagd met een aanpassing van de belastingschaal, wél correct is doorgerekend in de bedrijfsvoorheffing. Dat is ook zo voor alle andere fiscale maatregelen die onlangs zijn genomen. Alleen met die grote hervorming uit 2001 wil het maar niet lukken. Die zinkt stilaan weg in de fiscale vergeetput. Daarom rakel ik hem nog eens op, en zal dat blijven doen. Hopelijk niet nog eens zeventien jaar.

Bron: Trends, 16 januari 2020

  1455