De nieuwe jaarlijkse taks op de effectenrekeningen maakt een snelle doorstart

Gepubliceerd op 26-11-2020

Op 2 november heeft de ministerraad een voorontwerp van wet goedgekeurd over een “jaarlijkse taks op effectenrekeningen”. Ruim een jaar nadat het Grondwettelijk Hof de oude effectentaks heeft vernietigd, doet de nieuwe regering dus opnieuw een poging om ‘personen met de grootste draagkracht’ meer te laten bijdragen. Vanaf de inwerking­treding – wellicht 1 januari 2021 – zal voor iedere effectenrekening met een gemiddelde waarde van meer dan 1.000.000 euro jaarlijks 0,15% belasting verschuldigd zijn.

Voor alle effectenrekeningen

Het toepassingsgebied is zeer ruim in vergelijking met de oude effectentaks. Want de nieuwe taks betreft alle effectenrekeningen, ongeacht de rekeninghouder en ongeacht de juridische eigendom (bv. blote eigendom, vruchtgebruik of onverdeeldheid). Bovendien zouden alle effecten meetellen. De jaarlijkse taks zal in principe verschuldigd zijn op alle effectenrekeningen die worden aangehouden:

  • door natuurlijke personen, inbegrepen die onderworpen aan de belasting der niet-inwoners (BNI/nat.pers.), én
  • door rechtspersonen onderworpen aan de vennootschapsbelasting (Ven.B), de rechtspersonenbelasting (RPB) of aan de belasting der niet-inwoners (BNI/ven.).

Positief is dat de nieuwe taks op het eerste gezicht veel eenvoudiger is om toe te passen (al hebben we enkele bedenkingen). Ten slotte lijkt de regering haar huiswerk te hebben gemaakt, want ze houdt rekening met de kritiek van de Raad van State en het Grondwettelijk Hof op de ‘oude’ taks.

Antimisbruikbepaling

Het voorontwerp van wet bevat ook een algemene antimisbruikbepaling die geldt voor het hele WDRT. Deze bepaling beoogt onder meer de volgende situaties inzake de jaarlijkse taks op de effectenrekeningen:

  • het splitsen van een effectenrekening waarbij effecten worden verplaatst naar één of meerdere rekeningen bij dezelfde financiële tussenpersoon of naar rekeningen bij een andere financiële tussenpersoon om te vermijden dat de totale waarde van de effecten op één rekening meer bedraagt dan 1 miljoen euro;
  • het openen van effectenrekeningen waarbij effecten worden gespreid tussen rekeningen bij dezelfde financiële tussenpersoon of bij een andere financiële tussenpersoon om te vermijden dat de totale waarde van de effecten op één rekening meer bedraagt dan 1 miljoen euro;
  • de omzetting van aandelen, obligaties en andere belastbare financiële instrumenten, op naam zodat ze niet langer meer op een effectenrekening worden aangehouden, om te ontsnappen aan de taks;
  • het onderbrengen van een aan de taks onderworpen effectenrekening in een buitenlandse rechtspersoon die de effecten overplaatst naar een buitenlandse effectenrekening, om de taks te vermijden;
  • het onderbrengen van een aan de taks onderworpen effectenrekening in een fonds waarvan de deelbewijzen op naam worden geplaatst, om de taks te vermijden.

In bovenvermelde situaties is sprake van een weerlegbaar vermoeden van belastingontwijking waarbij de belastingschuldige het tegenbewijs kan leveren.

Om anticipatieve effecten te vermijden die de fiscale ontvangsten zouden beïnvloeden en om te vermijden dat de doelstelling van algemeen belang van de financiering van uitgaven van algemeen belang in het gedrang zou komen, heeft de Regering besloten om deze antimisbruikbepaling, maar enkel aangaande de taks op de effectenrekeningen, met terugwerkende kracht van toepassing te maken vanaf 30 oktober 2020, de datum waarop in de media uitvoerig over die taks werd bericht. Vanaf deze datum kan men aannemen dat het publiek kennis heeft kunnen nemen van het voornemen om de effectenrekeningen te belasten.

Inwerkingtreding?

  570