Worden financiële diensten aan de btw onderworpen in België tegen 2025?

Gepubliceerd op 02-11-2020

Financiële diensten zoals betalings- en ontvangstverrichtingen, kredietverlening of omwisselen van valuta zijn over het algemeen vrijgesteld van btw. Dat betekent dat er geen btw wordt geheven over de prijs van deze diensten. Zo is bijvoorbeeld de prijs voor de verwerking van een betalingstransactie vrijgesteld van btw (tenzij de optie voor belastingheffing wordt toegepast) en dus op het eerste zicht goedkoper dan wanneer btw van toepassing was. Op basis van de fundamentele beginselen van het btw-stelsel, kan de verrichter van vrijgestelde diensten echter de btw die is betaald voor goederen en diensten gekocht voor het verrichten van zijn vrijgestelde diensten (d.w.z. de input-btw), niet in aftrek brengen. Bijgevolg zal de dienstverlener de niet-aftrekbare input-btw gewoonlijk in de prijs van zijn diensten opnemen, wat de prijs verhoogt en de economische neutraliteit verstoort.

Reikwijdte btw-vrijstelling voor financiële diensten

De btw-vrijstellingen voor financiële diensten in de Belgische wetgeving zijn gebaseerd op de EU-wetgeving. De relevante bepalingen van de btw-richtlijn werden voor het eerst in 1977 ingevoerd en zijn vrij beknopt. Zij laten ruimte voor verschillende interpretaties in de Europese lidstaten en bieden ook de mogelijkheid om diensten aan de btw te onderwerpen. De argumenten om financiële diensten van btw vrij te stellen waren vooral de verlichting van de moeilijkheden bij het vaststellen van de belastinggrondslag en het bedrag van aftrekbare btw, en het vermijden van hogere kosten voor consumentenkrediet.

Hoewel de btw-vrijstellingen in wezen gelijk zijn gebleven sinds hun introductie, heeft de digitalisering van de financiële sector en onze samenleving de aard van de financiële diensten ingrijpend gewijzigd. Bij hun introductie werden kredieten primair verleend door banken en betalingen doorgaans verricht met bankbiljetten. Er waren geen "peer-to-peer”-kredietfaciliteiten noch elektronische betalingsfaciliteiten, cryptovaluta’s of multifunctionele vouchers. In deze nieuwe context is de beknopte formulering van de btw-vrijstellingen moeilijk te interpreteren en hun reikwijdte is lastig te bepalen. In de praktijk is het een uitdaging om vast te stellen of de aard van een dienst meer een IT-dienst (btw-belast) of een IT-gedreven financiële dienst (btw-vrijgesteld) is. Hoewel de belastingautoriteiten in de EU-lidstaten enige richtlijnen geven, kunnen deze afwijkende interpretaties bevatten en tot verschillende resultaten leiden. In een grensoverschrijdende context kunnen deze verschillen dan mogelijkheden bieden voor belastingoptimalisatie en de concurrentie tussen dienstverleners verstoren, waardoor een ongelijk speelveld ontstaat.

Betalingsdiensten zijn een goed voorbeeld van waar het huidige fiscaalbeleid moet worden geactualiseerd. Het betalingsverkeer is tegenwoordig een sterk gedigitaliseerd proces en er zijn verschillende elektronische betalingsfaciliteiten (bv. PayPal, Bancontact en ApplePay) beschikbaar. Betalingstransacties worden niet meer alleen door banken afgewikkeld, maar worden ook verwerkt door FinTech-ondernemingen en andere IT-bedrijven, met inbegrip van mobiele telefonie aanbieders. Hierbij zijn de diensten van banken traditioneel vrijgesteld van btw (tenzij de optie voor belastingheffing wordt toegepast) in tegenstelling tot de diensten van de nieuwe dienstverleners, die vaak als btw belaste technische (elektronische) diensten worden gezien. Echter, omdat niet-aftrekbare btw bij uitbestedingen en investeringen kostenverhogend werkt, is het voor de dienstverleners voordeliger om hun diensten als btw-belast te laten behandelen en, als gevolg daarvan, de input-btw te kunnen aftrekken.

Dit is nog belangrijker voor EU-dienstverleners die – in die landen waar geen optie voor belastingheffing kan worden toegepast - een concurrentienadeel kunnen oplopen ten opzichte van dienstverleners gevestigd buiten de EU waar geen vergelijkbaar btw-stelsel van toepassing is. Herziening van de btw-behandeling van betalingsdiensten op Europees niveau is daarom cruciaal voor de sector.

Aanpak voor de toekomst

De kwestie van de btw-behandeling van financiële diensten was al aanleiding voor de Europese Commissie om in 2007 een nieuwe wetgeving voor te stellen. De lidstaten konden helaas geen akkoord bereiken over de voorstellen en deze werden in 2016 ingetrokken. Als gevolg daarvan bleven de verschillen tussen de lidstaten bestaan, terwijl de verscheidenheid aan financiële diensten bleef toenemen. Gezien deze en andere ontwikkelingen heeft de Europese Commissie in 2019 besloten een studie te lanceren naar de werking van de btw-regels voor financiële diensten om te kunnen beslissen of EU-maatregelen nodig zijn en zo ja, wat de beste manier is om verder te gaan. Daarnaast, op 22 oktober 2020, heeft de Europese Commissie m.b.t. dit onderwerp een routekaart gepubliceerd waarbij feedback van belanghebbenden t/m 19 November 2020 wordt gevraagd om toekomstige ontwikkelingen te bepalen.

In andere delen van de wereld, zoals China, Israël, Argentinië en India, zijn financiële diensten in principe belastbaar, en er bestaan modellen die traditionele financiële instellingen op gelijke voet stellen met nieuwkomers op deze markten.

Rekening houdend met de bovenstaande aspecten, als u de Belgische regering en de Europese Commissie zou kunnen adviseren over de btw-behandeling van financiële diensten, zou u dan aanbevelen om deze diensten aan btw te onderwerpen? Zou u hetzelfde standpunt innemen wanneer u bedenkt dat u als klant op het eerste zicht een hogere prijs zal betalen voor bijvoorbeeld een betalingstransactie omdat deze btw belast is en u deze btw niet kan recupereren?

Btw-behandeling van financiële diensten tegen 2025

  243