Hebben we binnenkort een definitief btw-stelsel?

Gepubliceerd op 26-10-2020

De btw is de belangrijkste consumptiebelasting in Europa, ze wordt 50 jaar en staat desondanks nog voor jeugdige uitdagingen. Eddy Struyven, auditeur-generaal van de FOD Financiën, overloopt voor u de belangrijkste oriëntaties waarop de EU zich richt om deze belasting die de oudste echt door Europa gecreëerde belastingvorm is, te leiden naar haar definitieve vorm.

Regels voor de btw-tarieven : meer autonomie voor de lidstaten

Het BTW-Actieplan van de EU-Commissie voorzag eerst in 2 opties:

  • ofwel het minimumniveau van het normale tarief van 15 % behouden en de lijst van goederen en diensten die in aanmerking komen voor verlaagde tarieven op basis van de input van de lidstaten regelmatig te herzien;
  • ofwel een afschaffing van de lijst van goederen en diensten die in aanmerking komen voor verlaagde tarieven, waarbij waarborgen nodig zijn om fraude en oneerlijke belastingconcurrentie op de eengemaakte markt te voorkomen.

De huidige verlaagde en nultarieven zouden alleszins gehandhaafd blijven. In haar voorstel van 18.01.2018 vanwege de EU-Commissie werd de nieuwe tariefregeling aan de inwerkingtreding van het definitieve btw-stelsel dat een op het bestemmingsbeginsel gebaseerd stelsel vormt gekoppeld.

In dat definitief btw-stelsel zouden voor alle lidstaten dezelfde regels gelden en krijgen ze dezelfde vrijheid bij de vaststelling van btw-tarieven. Binnen de geharmoniseerde en minder restrictieve regelgeving mogen zij, naast de twee verlaagde tarieven van ten minste vijf procent en een vrijstelling met recht op aftrek van voorbelasting die thans al zijn toegestaan, nog een ander verlaagd tarief van nul tot vijf procent toepassen. In plaats van een uitbreiding van de al omvangrijke lijst van goederen en diensten waarvoor verlaagde btw-tarieven zijn toegestaan (bijlage III) komt er een "negatieve lijst" met rubrieken waarvoor geen verlaagde tarieven mogen gelden (bv. voor gevoelige goederengroepen zoals alcoholische dranken e.d.).

Aangezien deze nieuwe regels minder restrictief zijn, bieden ze de mogelijkheid tot een ruimere toepassing van het beginsel van budgettaire neutraliteit, dat in het huidige btw-overgangsstelsel wordt uitgehold door de bepalingen van bijlage III en de tijdelijke derogaties met een beperkt toepassingsgebied. In de nieuwe geharmoniseerde regelgeving moeten de lidstaten er ook voor zorgen dat het voordeel van de verlaagde tarieven terechtkomt bij de eindverbruiker en dat met deze tarieven een doelstelling van algemeen belang wordt nagestreefd. Voorts moeten de lidstaten ervoor zorgen dat het gewogen gemiddelde btw-tarief voor handelingen waarvoor geen btw-aftrek mogelijk is, altijd hoger is dan 12 %.

Over deze voorstellen wordt door de lidstaten en de EU-Commissie nog verder onderhandeld, zowel over de link met de invoering van het definitieve btw-stelsel als over de “negatieve lijst”, waarvoor sommige lidstaten voorstelden het principe van de “positieve lijst” (cf. huidige Bijlage III van de Btw-richtlijn) te prefereren.

Taxatie in de B2B sfeer

In haar voorstel wenst de EU-Commissie de intracommunautaire leveringen te behandelen volgens het “land van bestemmings”-principe in de B2B-transacties. Maw het stelsel voor de diensten zou men veralgemenen tot de leveringen van goederen. Van een  systeem “met dubbele handeling (intracommunautaire levering + intracommunautaire verwerving)” wil men tevens overstappen naar een eenvoudiger systeem met slechts één enkele handeling (levering in de lidstaat van de aankomst van het vervoer, veelal maar zeker niet steeds, de lidstaat van de afnemer).

Dit voorstel veronderstelt bijgevolg de opheffing van de notie “intracommunautaire verwerving” en introductie van de notie “intra-Unie levering van goederen”. De plaats waar deze  intra-Unie levering van goederen geacht wordt plaats te vinden is deze van aankomst der goederen. Daarnaast wordt een heffingssysteem ingevoerd zodat alle leveringen van goederen ongeacht of de goederen van de binnenlandse markt of van een andere lidstaat afkomstig zijn effectief aan de btw onderworpen worden.

Deze maatregel neemt een belangrijk element van concurrentieverstoring uit het systeem. Door het zelf-regulerend systeem van de btw wordt de opname van de intra-Unie levering van goederen op een intracommunautaire opgave eveneens overbodig; die verplichting zou dus worden geschrapt. Bovendien wordt de Unieregeling van de OSS ook toepasselijk gemaakt voor de aangifte en voldoening van de btw op intra-Unie leveringen van goederen door de leverancier. De OSS-aangifte in het definitief btw-stelsel zou daarenboven ook toelaten om voorbelasting in aftrek te brengen. Ter illustratie geven we een vergelijking tussen het huidige en het nieuwe voorgestelde systeem.

Huidig systeem van de intracommunautaire B2B goederenlevering :

A, btw-belastingplichtige gevestigd in BE, levert een partij goederen aan : -->

--> B, btw-belastingplichtige gevestigd in NL. De goederen worden van BE naar NL vervoerd

A verricht een vrijgestelde intracommunautaire levering in BE

B verricht een belastbare intracommunautaire verwerving in NL

A neemt deze levering op in zijn periodieke btw-aangifte en in zijn intracommunautaire opgave in te dienen in BE

B neemt deze levering op in zijn periodieke btw-aangifte in NL

 

Toekomstig EU btw-stelsel B2B (voorstel)

A, btw-belastingplichtige gevestigd in BE, levert een partij goederen aan : -->

--> B, btw-belastingplichtige gevestigd in NL. De goederen worden van BE naar NL vervoerd

A verricht een belastbare levering in NL

B ontvangt een belastbare levering in NL

A neemt deze levering op in zijn OSS-btw-aangifte in te dienen in BE en reikt aan B een factuur uit aan B met NL btw

B ontvangt een factuur van A die hij opneemt in zijn btw-aangifte in NL

A voldoet deze NL belasting aan de fiscus in BE via de OSS-regeling

B oefent zijn recht op aftrek van de NL btw uit in zijn gewone btw-aangifte in NL

 

Een nieuwe notie van “gecertificeerde belastingplichtige” - “Certified taxable person” (CTP)

De EU-Commissie heeft bovendien als één van de hoekstenen van het BTW-Actieplan en de weg naar het definitieve btw-stelsel de notie “Certified taxable person” naar voor geschoven teneinde aan bepaalde belastingplichtigen die door hun compliancy en fiscale betrouwbaarheid van een aantal voordelen zouden genieten. Dit voorstel is echter nog in discussie en kreeg reeds veel kritiek van de zijde van de lidstaten. Deze notie van “gecertificeerde belastingplichtige” houdt in dat :

  • de lidstaten deze status onder bepaalde voorwaarden aan belastingplichtigen kunnen toekennen aan de in hun lidstaat gevestigde btw-belastingplichtigen (de status zou nadien ook kunnen worden ingetrokken);
  • dat deze status kenbaar zou zijn via het VIES-systeem voor alle operatoren op de EU-markt.


De voorwaarden waaronder de status van “gecertificeerde belastingplichtige” zou worden verleend zijn de volgende:

  • de aanvrager heeft geen ernstige of herhaalde overtredingen van de belastingvoorschriften en douanewetgeving begaan en heeft geen strafblad met zware misdrijven in verband met zijn economische activiteit;
  • de aanvrager kan aantonen dat hij zijn handelingen en de goederenstroom goed onder controle heeft, ofwel door middel van een handels- en, in voorkomend geval, vervoersadministratie die passende belastingcontroles mogelijk maakt, ofwel door middel van een betrouwbaar of gecertificeerd intern auditspoor;
  • de aanvrager kan zijn financiële solvabiliteit bewijzen; dit bewijs wordt geacht te zijn geleverd wanneer de aanvrager een goede financiële positie heeft die hem in staat stelt om aan zijn verplichtingen te voldoen, waarbij naar behoren wordt gelet op de kenmerken van het type zakelijke activiteiten in kwestie, of wanneer hij zekerheden voorlegt die door verzekerings- of andere financiële instellingen of door andere economisch betrouwbare derden zijn gesteld.

Worden uitgesloten van de status:

  • belastingplichtigen die onder de bijzondere landbouwregeling vallen;
  • belastingplichtigen die onder de vrijstelling voor kleine ondernemingen vallen;
  • belastingplichtigen die goederen leveren of diensten verrichten waarvoor de btw niet aftrekbaar is;
  • toevallige belastingplichtigen die een incidentele levering van een nieuw vervoermiddel verrichten of een incidentele activiteit uitvoeren.

Aan deze status zouden verscheidene voordelen verbonden zijn, zoals :

  • het wegvallen van de beperkingen in de tijd voor het toepassen van de bijzondere regeling inzake voorraden op afroep (Call-off stocks);
  • het toepassen van de verlegging van heffing bij een intra-Unie levering van goederen in het definitief btw-stelsel wanneer de afnemer de status van “gecertificeerde belastingplichtige” zou bezitten;
  • het ontslag voor de leverancier die de status bezit om bij een intra-Unie levering van goederen deze levering op te nemen in zijn intracommunautaire opgave ondanks het feit dat er op deze levering verlegging van heffing van toepassing zou zijn.

Wat zijn de volgende stappen?

De E-Commissie voorzag in eerste instantie in een evaluatie van de werking van het definitieve btw-stelsel in 2027. Daarbij werd weliswaar uitgegaan van een introductie van dit nieuwe btw-stelsel in 2022. De aanhoudende discussie betreffende dit stelsel en vooral, de CTP-status van ondernemingen, gaat deze kalender ongetwijfeld onder druk zetten, te meer daar de ondernemingen de nodige tijd moet worden gelaten om hun ERP-systemen en factureringssystemen aan te passen. Ook de aanpassingen aan de systemen van uitwisseling van informatie en de captatie van de OSS-aangiften en het systeem van voldoening van de btw dat door alle lidstaten zal moeten worden geïmplementeerd neemt wellicht meer tijd in beslag dan nu wordt gehoopt.

In een nog verdere toekomst voor de btw voorspelt men meer en meer de aanwending van nieuwe technologieën in de btw-sfeer. Zo stelt men dat door middel van Blockchain (door het openstellen van hun databanken zodat bepaalde van hun gegevens beschikbaar zijn voor medecontractanten en voor de overheid) : dit zou een revolutionaire impact kunnen hebben op het vlak van e-invoicing en van het aangeven en afdragen van de belasting in de toekomst. Dit werkterrein is nog te speculatief om hier een exact beeld van te schetsen.

Auteur: Eddy Struyven

  376