50 jaar btw in een notendop verteld door expert en huisauteur Sven Reynders

Gepubliceerd op 09-09-2020

‘Succes heeft vele vaders en de mislukking is steeds een wees’ (J.F. Kennedy). Waarmee ik mij niet wil uitspreken over het feit of de invoering van btw nu een succes is geweest of niet, wel dat het niet echt eenduidig is om de vinger te leggen op de echte ‘origine’ …

Vandaar, van alle mogelijke historische overwegingen dat het oude Athene, Egypte of het Romeinse Rijk al fiscale stelsels hadden die ‘omzetbelastingtechnisch’ (monsterscore bij Scrabble) geïnspireerd waren, kunnen we er vanuit gaan dat het btw-systeem, zoals we dit vandaag binnen de EU kennen, zijn oorsprong vindt in Frankrijk en vanuit het EU-verdrag is uitgegroeid tot een belasting van de Europese Unie.

Terwijl de meeste toenmalige lidstaten (België, Duitsland, Frankrijk, Italië, Luxemburg en Nederland) al over een soort nationaal cascadesysteem beschikten, werd in 1964 door de Europese Commissie een voorstel ingediend voor de invoering van een gemakkelijk btw-stelsel. Dit resulteerde dan in de ‘echte start’ van het Europees btw-systeem, zoals we dat vandaag nog steeds kennen, met de gezamenlijke aanneming van de Eerste en Tweede Btw-richtlijnen, die door de lidstaten uiterlijk op 1 januari 1970 in nationaal recht moesten worden omgezet.  Uiteindelijk gebeurde de invoering in België bij wet van 3 juli 1969, die in werking trad op 1 januari 1971.

En de verdere evolutie van de btw begon. Na enkele aanpassingen werd op 17 mei 1977 de ‘moeder van alle btw-wetgevingen’, de Zesde btw-richtlijn, aangenomen. Essentieel bij deze wijziging was dat btw, als onderdeel van de eigen middelen van de gemeenschap, nu moest worden geheven op een gemeenschappelijke basis. Samen met de gestage uitbreiding van de EEG/EG/EU groeide ook het toepassingsgebied en vooral de complexiteit van de btw. Door alle wijzigingen en aanpassingen was de Zesde btw-richtlijn een zeer complex kluwen geworden, en drong een ‘recast’ zich op, waardoor de volledig gecoördineerde richtlijn 2006/112/EG van 28 november 2006 het licht zag. Voor de studaxen kwam er weer wat licht in de duisternis …

Maar de wijzigingen en verdere evoluties waren nooit van de lucht. Naast alle belangrijke en minder belangrijke aanpassingen kregen we in 2008 de richtlijn 2008/8/EG, met de zogenaamde ‘VAT package’, waarvan de meesten wellicht nog de ‘vereenvoudiging’ herinneren van de regels van de plaats van de dienst. Ondertussen begint de Europese Commissie, in het licht van een verdere uniforme toepassing van de btw, zich ook te beroepen op de verordening (ipv de richtlijn) als juridisch instrument.

En zo evolueert de btw steeds verder, (bij)gestuurd door de rechtspraak van het Hof van Justitie en de maatschappelijke evoluties. Denk hierbij maar aan de laatste ‘grote hervorming’ die we gekend hebben met de ‘quick fixes’ waarbij belangrijke aanpassingen gebeurden aan de regelingen voor de intracommunautaire leveringen, kettingverkopen en call-off stocks. Er terwijl dit nog maar nauwelijks verteerd is, komt er alweer een gigantische verandering aan met nieuwe ‘One Stop Shop’-regelingen inzake B2C e-commerce, waarbij de btw zich verder aanpast aan de digitale economie. Als alles goed gaat, zou dit in werking moeten treden op 1 juli 2021.

Never a dull moment ….

Auteur: Sven Reynders

  60