De nieuwe Transfer Pricing circulaire

Gepubliceerd op 05-03-2020

Vorige week publiceerde de administratie op Fisconet een circulaire over transferpricing: Circulaire 2020/C/35 betreffende richtlijnen inzake verrekenprijzen voor multinationale ondernemingen en belastingadministraties. De belastingadministratie bevestigt in die circulaire dat ze een trouwe volgeling is van de OESO. De OECD Transfer Pricing Guidelines for Multinational Enterprises and Tax Administrations van juli 2017 worden grotendeels overgenomen en meteen wordt ook aangekondigd dat als die richtlijnen van 2017 een update krijgen, de Belgische belastingadministratie die update ook zal onderschrijven.

Een fiscaal aanvaardbare TP-policy is een kwestie van samenwerking …

De circulaire is uiteraard gericht aan de betrokken ambtenaren, de multinationale ondernemingen en hun vertegenwoordiger. Het hoeft dan ook niet te verbazen dat de administratie al bij de inleiding verduidelijkt dat het gewenste resultaat (een fiscaal aanvaardbare TP-policy) een kwestie is van samenwerking tussen alle betrokken partijen.

Maar misschien toch samenwerking onder enige dwang want we lezen bijvoorbeeld dat als het gaat om moeilijk te waarderen immateriële activa, de administratie toegeeft dat de TP-expertise niet bij haar ligt maar wel bij de belastingplichtige en dat zij dus moet kunnen vertrouwen op de houding van de belastingplichtige. De belastingadministratie behoudt zich daarom het recht voor om achteraf de resultaten van het gebruik van het immaterieel actief te controleren. Als daaruit zou blijken dat de “aangenomen assumpties niet betrouwbaar zijn of latere ontwikkelingen of gebeurtenissen die geleid hebben tot afwijkende resultaten door de belastingplichtige konden worden voorzien, maar niet werden ingebouwd in de ex ante prijsafspraken”, kan de belastingadministratie een prijsaanpassing doorvoeren of een andere betalingsstructuur opleggen. Er is hier wel sprake van een weerlegbaar vermoeden maar het verschuift de bewijslast wel naar de belastingplichtige.

De circulaire gaat verder ook dieper in op de processen die gebruikt mogen worden om tot at arm’s length verrekenprijzen te komen. Naast die algemene processen wordt stilgestaan bij bijzondere topics zoals de intragroepsdiensten, kostenbijdrageregelingen of Cost Contribution Agreements, bedrijfsherstructureringen, financiële transacties en de toepassing van de Authorised OECD Approach bij vaste inrichtingen.

Vanaf wanneer toepassen op transacties tussen verbonden ondernemingen?

  332